Zaag: gereedschap om te snijden én een zeurpiet
Een zaag is een gereedschap met een getande bladzijde om hout, metaal of ander materiaal door te snijden. In het spreektaal is een zaag ook iemand die voortdurend zeurt.
Een zaag is een van de oudste gereedschappen die we kennen: een metalen blad met tanden waarmee je materiaal doorsnijdt. Het woord werkt ook figuurlijk, want wie voortdurend doorzeurt, wordt in spreektaal een zaag genoemd. Het werkwoord *zagen* heeft dezelfde dubbele betekenis.
- Gereedschap met een getand blad. *Pak de zaag even uit de schuur.*
- Zeurig persoon (spreektaal). *Wat een zaag is die man toch.*
- Werkwoord zagen: snijden met een zaag. *Hij zaagt de plank in tweeën.*
- Werkwoord zagen: blijven zeuren. *Ze bleef maar zagen over het vuile servies.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de zaag | de-woord |
| Meervoud | zagen | ook de infinitief van het werkwoord |
| Verkleinwoord | zaagje | kleine handzaag |
| Samenstellingen | kettingzaag, figuurzaag, zaagsel | zaagsel is wat bij het zagen vrijkomt |
| Werkwoord | zagen – zaagt – zaagde – gezaagd | hulpwerkwoord hebben |
Zaag in een zin
- Met een figuurzaag kun je mooie bochten in dun hout maken.Neutraal en technisch; een figuurzaag heeft een smal blad.
- Mijn buurman zaagt al een uur over de parkeerplekken.Informeel; hier is zagen een synoniem van zeuren.
- Hij heeft een gezaagde plank gekocht.De g staat niet in 't kofschip, dus het voltooid deelwoord eindigt op -d: gezaagd.
Uitdrukkingen en verwanten
- Aan iemands stoel zagen betekent iemands positie ondermijnen, bijvoorbeeld van een trainer of directeur.
- Zaagsel is het houtpoeder dat bij het zagen ontstaat; het wordt onder meer als strooisel gebruikt.
- Zaagtanden zijn de tanden van het blad.
Is zagen hetzelfde als zeuren?
In spreektaal wel, maar de eerste betekenis is snijden. Het figuurlijke gebruik is informeel en kan als kritisch klinken.
Hoe schrijf je het verleden tijd van zagen?
Je schrijft *zaagde* en het voltooid deelwoord *gezaagd*. Het is een zwak werkwoord, dus de verleden tijd eindigt op -de.
Welk materiaal zaag je meestal met een zaag?
Vooral hout, maar met het juiste blad ook metaal, steen of plastic.