Blik: twee verschillende woorden met dezelfde schrijfwijze
Blik is een korte kijk of gelaatsuitdrukking, en ook een dun metaal of een conservenblik. De twee betekenissen hebben een ander lidwoord.
Blik is een van die woorden die met één spelling twee verschillende werelden bedient: een kijk en een metalen verpakking. *De blik* is wat je ogen doen; *het blik* is wat je opent met een blikopener. Let dus op het lidwoord: *de* of *het*.
- De blik: kijk of oogopslag. *Ze wierp een snelle blik op de klok.*
- De blik: gezichtsuitdrukking. *Hij had een boze blik.*
- Het blik: dun, vaak vertind metaal. *Een doos van blik.*
- Het blik: bus of conservenverpakking. *Een blik tomaten.*
- Het blik: stoffer en blik. *Veeg het in het blik.*
Vormen van het woord
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| De blik | de blik, de blikken | Zijn blikken zeiden alles. |
| Het blik (metaal) | het blik | Blik roest snel. |
| Het blik (bus) | het blik, de blikken | Drie blikken soep. |
| Verkleinwoord | het blikje | Een blikje cola. |
| Samenstelling | blikvanger | Een rode jurk als blikvanger. |
Zo gebruik je het in een zin
- Ze wisselden een veelbetekenende blik.*De blik* met lidwoord *de*: een kijk.
- Open het blik met een blikopener.*Het blik*: verpakking, vaak voor conserven.
- Hij dronk zijn blikje cola leeg.Blikje is het gewone woord; in Vlaanderen hoor je ook *bus* voor een drankverpakking.
Blik, oog en bliksem
- Een *blik* in de zin van kijk komt van het werkwoord *blikken*, dat ‘kort kijken’ betekent en verwant is met *bliksem*: een bliksem is een flits, een blik een oogwenk.
- *Een blik werpen*: kort kijken, ook figuurlijk: *een blik op de toekomst*.
- *Blik op oneindig*: ontspannen en nergens specifiek naar kijken.
- Het oog bepaalt de blik; wie ‘de blik op iets richt’, zet de aandacht erop.
Is het de blik of het blik?
Voor de kijk is het *de blik*, voor het metaal of de bus *het blik*.
Wat is een blikvanger?
Dat is iets dat meteen de aandacht trekt, zoals een opvallende etalage.