Wagen: een karretje, een auto en een werkwoord om te durven

Wagen is zowel een zelfstandig naamwoord voor een voertuig of kar, als het werkwoord voor 'durven riskeren'. In Vlaanderen betekent wagen ook gewoon auto.

Wagen is een woord dat bij twee woordsoorten hoort. Als zelfstandig naamwoord is het een kar of voertuig, als werkwoord betekent het 'durven te riskeren'. Het zijn twee losse woorden die toevallig dezelfde spelling hebben. In Vlaanderen is de wagen bovendien gewoon de auto, terwijl je in Nederland dan eerder auto zegt.

Vormen

KenmerkVormVoorbeeld
Lidwoordde wagenDe wagen rijdt.
MeervoudwagensTwee wagens.
Werkwoordwagen, waagde, gewaagdHij waagde het.
BijvoeglijkgewaagdEen gewaagde stap.
SamenstellingdienstwagenEen dienstwagen van de baas.

Voorbeelden uit het dagelijks gebruik

Wagen of wagon?

De woorden wagen en wagon lijken op elkaar en hebben dezelfde oorsprong. Een wagen rijdt over de weg, een wagon over het spoor. Het werkwoord is zwak: ik waagde, ik heb gewaagd. Een paard trok vroeger de wagen; vandaag rijd je met de auto.

Is wagen in Nederland ook gewoon een auto?

Zelden. In Nederland zeg je auto; wagen klinkt dan oud of formeel. In Vlaanderen is wagen heel gewoon.

Wat betekent 'het paard achter de wagen spannen'?

Het betekent dat je dingen in de verkeerde volgorde aanpakt.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 5 letters