Hoop doet leven: van een hoop zand tot goede hoop
Hoop is het vertrouwen dat iets goeds zal gebeuren. Een hoop is ook een stapel of grote hoeveelheid van iets.
Het woord hoop heeft twee gezichten: een gevoel en een stapel. Hoop doet leven, maar een hoop wasgoed doet niets. Dat geeft het Nederlands een prettige dubbelzinnigheid, want beide betekenissen worden dagelijks gebruikt en klinken precies gelijk.
- Vertrouwen op een goede afloop. *We houden hoop op beter weer.*
- Stapel of berg. *Een hoop zand lag op de oprit.*
- Grote hoeveelheid (informeel). *Ik heb een hoop werk.*
- Hopen als werkwoord. *Ik hoop dat je komt.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de hoop | Beide betekenissen zijn 'de'. |
| Meervoud | hopen | Alleen bij 'een hoop' (stapel). |
| Verkleinwoord | hoopje | Vooral een kleine stapel. |
| Werkwoord | hopen | Ik hoop, hij hoopt; hoopte; gehoopt (hebben). |
| Afgeleid | hoopvol, hopeloos | Met en zonder hoop. |
Hoop in een zin
- De hoop op een betere toekomst hield hen op de been.Schrijftaal en spreektaal.
- Er ligt een hoop post op de mat.Informeel: veel.
- Ik hoop dat het morgen droog blijft.Het werkwoord hopen, heel gewoon.
Hoop, hoop en hoop
Hoewel beide betekenissen gelijk klinken, gaan ze waarschijnlijk op verschillende woorden terug: het gevoel *hoop* en de stapel *hoop*. Het onbepaalde 'een hoop' voor 'veel' hoor je vooral in spreektaal; in nette teksten staat meestal 'veel'. Het hooi werd op een hoop gezet, en wie hoop heeft, zet zijn hoed vrolijk schuin.
Is hoop een het- of een de-woord?
Het is altijd een de-woord, ook als je het over een stapel hebt.
Wat betekent 'hoop doet leven'?
Zolang je hoop hebt, blijf je doorgaan.
Kun je 'een hoop' ook voor 'veel' gebruiken?
Ja, in spreektaal: een hoop mensen, een hoop lol.