Ambt: een functie met een Keltische voorgeschiedenis

Een ambt is een officiële functie of positie, vooral bij de overheid of de kerk, met bijbehorende taken en verantwoordelijkheden.

Een ambt is een officiële positie met plichten en bevoegdheden, zoals burgemeester, pastoor of rechter. Wie zijn ambt neerlegt, treedt af, en wie zijn ambt aanvaardt, legt vaak een eed af. Rond dit woord is een hele woordfamilie gegroeid, van *ambtenaar* tot *ambtshalve*. Een verwant begrip is plicht.

Vormen van ambt

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordhet ambtHet ambt is zwaar.
MeervoudambtenPublieke ambten.
VerkleinwoordambtjeEen ambtje.
SamenstellingambtenaarEen ambtenaar bij de gemeente.
SamenstellingambtstermijnEen ambtstermijn van vier jaar.

Ambt in zinnen

Ambt en ambacht: twee takken van één woord

Het woord ambt heeft een opmerkelijke herkomst. Het gaat terug op een Keltisch woord voor 'dienaar', dat via het Gallisch in de Germaanse talen kwam. Het Middelnederlandse *ambacht* is de oorspronkelijke vorm, waarna zich twee woorden afsplitsten: *ambt* (functie) en *ambacht* (handwerk). Het Engelse *embassy* en *ambassador* gaan terug op dezelfde bron. Het Duitse *Amt* is een directe verwant. Dat verklaart waarom een ambtenaar en een ambachtsman eigenlijk familie zijn: beiden doen een dienst voor een ander. In het Nederlands betekent ambtelijk meestal 'bureaucratisch', zoals in *ambtelijk taalgebruik*.

Wat is het verschil tussen ambt en beroep?

Een ambt is een publieke functie met wettelijke bevoegdheden; een beroep is werk waarmee je je geld verdient.

Wat betekent ambtshalve?

'Uit hoofde van het ambt': een rechter kan iets ambtshalve doen, zonder dat een partij erom vraagt.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters