Zadel: waar je op zit, en wat je iemand op de schouders legt
Een zadel is een zitplaats op de rug van een paard of op een fiets of motor. Figuurlijk: een positie van macht of verantwoordelijkheid.
Een zadel is de zitplaats die op de rug van een paard wordt vastgemaakt, maar ook die op een fiets of motor. Wie 'stevig in het zadel zit', heeft zijn positie niet snel kwijt. Het woord heeft zowel een letterlijk als een figuurlijk gebruik, en dat maakt het erg geschikt voor vaste uitdrukkingen.
- Zitplaats op een paard. *De ruiter steeg in het zadel.*
- Zitplaats op een fiets. *Het zadel staat te hoog.*
- Dal tussen twee toppen. *Het zadel tussen twee bergen.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | het zadel | Het zadel is hard. |
| Meervoud | zadels | Twee zadels. |
| Verkleinwoord | zadeltje | Een zadeltje voor het kind. |
| Werkwoord | zadelen, zadelde, gezadeld | Hij zadelt het paard. |
| Samenstelling | fietszadel | Een nieuw fietszadel. |
Voorbeelden uit het dagelijks gebruik
- De minister werd uit het zadel gelicht.Hij moest aftreden; krantentaal.
- Ze zadelden hem op met alle administratie.Opzadelen: iemand een last bezorgen.
- Door het harde zadel kreeg hij zadelpijn.Wielrenners kennen het woord goed.
Zadel in uitdrukkingen
- In het zadel zitten: de leiding hebben. Zie ook ruiter.
- Iemand in het zadel helpen: iemand een goede positie bezorgen.
- Iemand uit het zadel lichten: iemand zijn positie afnemen.
- Opgezadeld zijn met iets: met een last zitten, zoals schulden.
- Zadeltas: tas onder het zadel van een fiets.
Waar komt de uitdrukking 'opzadelen' vandaan?
Van het zadelen van een lastdier. Je laadt er een last op, zoals je een paard bepakt.
Is zadel altijd een zitplaats?
Nee. In geografie is het ook een lager punt tussen twee toppen, zoals een bergpas.