Loper: wie of wat er allemaal loopt
Een loper is iemand die loopt of rent, maar ook een lang smal kleed, een passe-partout of een stuk in het schaakspel.
Een loper is veel meer dan iemand die hardloopt. Voor een schaker is het een stuk dat diagonaal beweegt, voor een huisbewoner een tapijt in de gang en voor een slotenmaker een sleutel die alles opent. Zo is een enkel woord op vier verschillende terreinen thuis.
- Wie loopt of rent. *Een goede langeafstandsloper.*
- Lang smal tapijt. *Een loper in de gang.*
- Schaakstuk. *De loper beweegt diagonaal.*
- Passe-partout. *De conciërge heeft een loper.*
Vormen en samenstellingen
| Aspect | Vorm | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de loper | Een de-woord. |
| Meervoud | lopers | Alle betekenissen. |
| Verkleinwoord | lopertje | Zeldzaam. |
| Samenstelling | hardloper | Atleet. |
| Samenstelling | tafelloper | Smalle doek over de tafel. |
Loper in zinnen
- De loper in de hal werd elke week gestofzuigd.Alledaagse woonkamertaal.
- Mijn loper bedreigt je paard.Schaaktaal: bishop in het Engels.
- Voor de gasten werd de rode loper uitgerold.Figuurlijk: ze werden met eer ontvangen.
De rode loper
De rode loper is het symbool van een eervolle ontvangst. Het beeld gaat terug tot het oude Griekenland, waar een purperen tapijt voor een koning werd uitgelegd. In het schaak heet de bisschop in het Nederlands loper, en een kleed of tapijt in de gang kan ook zo heten.
Wat is het schaakstuk loper in het Engels?
Het Engelse bishop: het stuk dat diagonaal beweegt, naast de toren en de dame.
Is een loper ook een sleutel?
Ja, een loper is een passe-partout: een sleutel die op meerdere sloten past, bijvoorbeeld voor een conciërge.