Paard: een woord met een postkoetsverleden

Een paard is een groot hoefdier dat gereden wordt of voor een wagen gespannen. Het is ook de naam van een schaakstuk en komt in veel spreekwoorden voor.

Een paard is een groot, snel hoefdier dat mensen al duizenden jaren berijden. Het woord komt van het Laatlatijnse *paraveredus*, 'postpaard': een paard dat de koerier onderweg verwisselde. Zo is het in het Duits *Pferd* geworden. Een mannelijk paard heet een hengst, en wie erop zit is de ruiter.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Enkelvoudhet paardeen snel paard
Meervoudpaardende paarden in de wei
Verkleinwoordhet paardjeeen paardje op de draaimolen
Vrouwtjede merrieeen merrie met veulen
Samenstellingenpaardenbloem, paardrijdenpaardrijden is haar hobby

Zo gebruik je het

Spreekwoorden met paard

Is het paard of paarden?

Paard is enkelvoud, paarden meervoud. Het verkleinwoord is paardje.

Hoe heet het schaakstuk in het Nederlands?

Paard, ook wel springer. Het beweegt in een L-vorm.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 5 letters