Wagon: een Nederlands woord dat via het Engels en Frans terugkwam

Een wagon is een spoorwegwagen voor het vervoer van reizigers of goederen. Het woord is via Frans en Engels afkomstig van het Nederlandse wagen.

Een wagon is een voertuig op rails dat aan een trein gekoppeld wordt. Het bijzondere is dat het woord oorspronkelijk Nederlands is: het Engels leende 'wagon' uit ons 'wagen', waarna het via het Frans weer bij ons terugkwam. Wie met de trein reist, zit dus in een wagon, maar vooral in spoorwegtaal wordt vaker over een rijtuig gesproken.

Vormen

KenmerkVormVoorbeeld
Lidwoordde wagonDe wagon is leeg.
MeervoudwagonsTien wagons.
VerkleinwoordwagonnetjeEen wagonnetje met kolen.
SamenstellinggoederenwagonDe goederenwagon rolt.
SamenstellingtreinwagonEen treinwagon vol reizigers.

Voorbeelden uit het dagelijks gebruik

Een woord dat een rondje maakte

Het Engelse *wagon* (ook *waggon*) is in de zestiende eeuw ontleend aan het Nederlandse wagen. In de negentiende eeuw nam het Frans het woord over voor spoorwagons, en vandaar kwam het terug in het Nederlands. Dat bewijst dat taal in kringetjes leent. Wie een trein neemt, zit in een wagon; het woord station hoort er onlosmakelijk bij.

Is een wagon hetzelfde als een wagen?

Nee. Een wagen rijdt op de weg of is een algemene kar; een wagon rijdt altijd op rails.

Wat is het verschil tussen een wagon en een rijtuig?

Een rijtuig is vooral voor reizigers of paarden bedoeld; een wagon is een breder begrip, ook voor goederen.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 5 letters