Woud: groter en plechtiger dan 'bos'?
Een woud is een groot, uitgestrekt bos. Het woord klinkt dichterlijker of ouder dan het alledaagse bos.
Een woud is een groot, aaneengesloten bos. Het woord klinkt poëtischer dan bos en past bij sprookjes en grote natuurgebieden. Je ziet het in namen als het Zoniënwoud bij Brussel.
- Groot bos. *Een dicht woud vol eiken.*
- Wirwar (figuurlijk). *Een woud van regels.*
- Landstreek (regionaal). *De Friese Wouden.*
- Verwant: oerwoud. Een oerwoud is een woud dat nooit door mensen is gekapt.
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | het woud | Het woud ruist. |
| Meervoud | wouden | Diepe wouden. |
| Verkleinwoord | woudje | Een klein woudje. |
| Samenstelling | regenwoud, beukenwoud | Regenwoud. |
| Verwant | woudloper | Een woudloper. |
Voorbeeldzinnen
- In het diepe woud brandde een eenzaam licht.Literair taalgebruik.
- Zij verdwaalden in het Zoniënwoud.Naamgeving in Vlaanderen.
- Een woud van paperassen belemmerde hem.Figuurlijk: een wirwar.
Woud, bos en oerwoud
In het dagelijks leven zeg je *bos*; *woud* hoor je in verhalen, namen en natuurdocumentaires. Een *regenwoud* is een tropisch bos met veel neerslag, een *oerwoud* is een bos dat nooit door mensen is gekapt. In Nederland heet een streek in het noordoosten van Friesland *de Friese Wouden*, in Vlaanderen is het Zoniënwoud een beroemd beukenbos. Het woord *woud* is verwant aan het Engelse *wold* (open heuvelland, oorspronkelijk 'bos'). Wie over een bos praat, bedoelt meestal iets kleiners en toegankelijkers.
Is woud hetzelfde als bos?
Bijna; een woud is groter en klinkt plechtiger. In gewone spraak zeg je bos.
Wat is een woudloper?
Een persoon die zich thuis voelt in de wouden of er veel doorheen trekt; het woord klinkt avontuurlijk en ouderwets.