Potje: kleine pot, partij en kitty in één woord
Een potje is een klein pot, maar ook een spelletje of een gezamenlijke geldpot. Het woord kent veel spreektaaltoepassingen, van een potje voetbal tot een potje huilen.
Een potje is een verkleinwoord, maar het heeft een heel eigen leven gekregen. Je speelt een potje schaken, je zet een potje koffie en soms huil je een potje. Het hoort thuis in de keuken, tussen pan en deksel, maar is daar allang uit gelopen.
- Een kleine pot. *Een potje jam.*
- Een partij of spel. *Een potje voetbal.*
- Een gezamenlijke geldpot. *Een potje voor het uitje.*
- Een po voor kinderen. *Het kind zit op het potje.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Enkelvoud | het potje | een leeg potje |
| Meervoud | potjes | de potjes op de plank |
| Onverkleinde vorm | de pot | een grote pot |
| Verbinding | potje + werkwoord | een potje kaarten |
| Vaste verbinding | zijn eigen potje koken | hij kookt zijn eigen potje |
Zo gebruik je het
- Zullen we een potje schaken?Informeel: een spelletje.
- Elke maand leggen we geld in het potje.Geldpot voor een groep.
- Op elk potje past een dekseltje.Spreekwoord: voor iedereen is er een partner.
Spreekwoorden met potje
- Op elk potje past een dekseltje. Voor iedereen is er wel iemand die bij hem past.
- Zijn eigen potje koken. Zelfstandig handelen, zonder anderen.
- Een potje huilen. Flink uithuilen, vaak met opluchting.
Wat is het verschil tussen een pot en een potje?
Een potje is kleiner of vriendelijker. In veel gebruik is het een apart woord.
Wat betekent 'een potje'?
Afhankelijk van de context: een partij spel, een geldpot, of een kleine pot.