Vriezer: waar je ijs en erwten bewaart

Een vriezer is een apparaat of afgesloten ruimte waarin voedsel bij zeer lage temperatuur wordt bewaard. Het is een los apparaat of een vak in de koelkast.

De vriezer is het deel van het huis waar het altijd winter is. Hij houdt voedsel dagen, weken of maanden goed, doordat bacteriën bij die kou praktisch stilstaan. Je kunt een vriezer los kopen, of als vak boven in de koelkast gebruiken.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordde vriezerDe vriezer is vol.
MeervoudvriezersEr staan twee vriezers.
SynoniemdiepvriezerVooral in Vlaanderen.
Werkwoordvriezenvriest, vroor, gevroren (hebben/zijn)
Samenstellingvrieskist, vriesvakHet vriesvak is dichtgevroren.

Voorbeeldzinnen

Vriezer, diepvries en vorst

Het woord vriezer komt van *vriezen*, het werkwoord dat ook in vorst leeft. De onregelmatige verleden tijd is *vroor*, het voltooid deelwoord *gevroren*. In Vlaanderen hoor je ook *diepvries* of *diepvriezer*, terwijl Nederlanders meestal gewoon vriezer zeggen. Het weer gebruikt hetzelfde werkwoord: *het vriest*. In een vriezer is het meestal rond de min achttien graden. Het vak boven in de koelkast, waar je een ijsje bewaart, heet het vriesvak.

Wat is het verschil tussen vriezer en diepvries?

In Nederland zeg je meestal vriezer, in Vlaanderen ook diepvries. Beide betekenen hetzelfde apparaat.

Hoe vervoeg je vriezen?

Het vriest, het vroor, het heeft gevroren. Verandert iets in ijs, dan gebruik je zijn: de sloot is gevroren.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 7 letters