Acteren: een rol spelen op het toneel en daarbuiten
Acteren is een rol spelen in een film, toneelstuk of serie. In het dagelijks taalgebruik betekent het ook doen alsof, bijvoorbeeld bij een gespeelde blessure in het voetbal.
Wie acteren zegt, bedoelt meestal het vak van de acteur of actrice. Het werkwoord beschrijft een beroep en tegelijk het gedrag van iemand die iets voorwendt. Een scheidsrechter kan dus ook zeggen dat een voetballer acteert.
- Een rol spelen. *Ze acteert al twintig jaar in het theater.*
- Doen alsof. *Hij acteert alsof hij pijn heeft.*
Vervoeging
| Vorm | Acteren | Opmerking |
|---|---|---|
| Infinitief | acteren | regelmatig |
| Tegenwoordige tijd (hij) | acteert | ik acteer |
| Verleden tijd | acteerde | zij acteerden |
| Voltooid deelwoord | geacteerd | hulpwerkwoord hebben |
| Gebiedende wijs | acteer! | zonder -t |
Zo gebruik je het
- Hij acteert al sinds zijn zestiende.Gewone betekenis: acteur zijn.
- Die verdediger acteert te veel.Sporttaal: een overtreding of blessure veinzen.
Herkomst
Het werkwoord hoort bij *acteur*, dat via het Frans teruggaat op het Latijnse *actor*, afgeleid van *agere*, "doen, handelen". Dezelfde stam zit in *actie*, *activiteit* en *agent*. De regelmatige vervoeging volgt de regel van 't kofschip: de stam *acteer* eindigt op een r, dus verleden tijd *acteerde* met een d. Voor Nederland en Vlaanderen geldt dezelfde vervoeging. Hoor je het woord op een podium in plaats van op straat, dan gaat het bijna altijd om het vak zelf; als iemand zegt "Hij zit te acteren", bedoelt hij vrijwel altijd dat de ander het niet meent.
Is acteren hetzelfde als toneelspelen?
Bijna. Toneelspelen is specifiek voor het theater, acteren geldt ook voor film en televisie.
Wat betekent acteren in het voetbal?
Het zogenaamd vallen of pijn veinzen om een overtreding uit te lokken.