Vlees: één woord voor wat het Engels in tweeën splitst
Vlees is het zachte spierweefsel van mens en dier, en in het bijzonder het deel van dieren dat als voedsel wordt gegeten.
Vlees is een van die woorden die in het Nederlands meer werk doen dan in andere talen. Waar het Engels 'flesh' en 'meat' onderscheidt, kennen wij maar één woord voor allebei. Het gaat om het weefsel onder de huid van mens en dier, maar ook om het voedsel dat daarvan komt, van biefstuk tot worst.
- Spierweefsel van een levend wezen. *De wond ging diep in het vlees.*
- Dierlijk voedsel. *Ze eet geen vlees meer.*
- Eetbaar deel van vruchten. *Het vlees van een perzik is sappig.*
- De mens als lichamelijk wezen. *Het vlees is zwak.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | het vlees | Het vlees is gaar. |
| Meervoud | vleessoorten | Er zijn veel vleessoorten. |
| Verkleinwoord | vleesje | Een vleesje bakken. |
| Samenstelling | vleeswaren | Beleg en vleeswaren. |
| Samenstelling | vruchtvlees | Het vruchtvlees van een mango. |
Voorbeelden uit het dagelijks gebruik
- Ik laat het vlees even rusten voor ik het snijd.Kookjargon; ook in Vlaanderen gewoon vlees.
- Hij is van vlees en bloed, net als wij.Benadrukt dat iemand maar een mens is.
- Dat is vlees noch vis.Zegt dat iets onduidelijk, halfslachtig of niets bijzonders is.
Uitdrukkingen met vlees
- Vlees noch vis zijn: onbepaald, niet de ene of de andere kant kiezend.
- In eigen vlees snijden: jezelf schade berokkenen.
- Vlees en bloed: een echt, levend mens.
- Geen vlees of vis in iets zien: er niets in zien zitten.
- Het eigen vlees en bloed: je eigen kinderen of naaste familie.
Is vlees altijd van dieren?
Meestal wel, maar het woord kan ook het eetbare deel van vruchten of groenten aanduiden, zoals bij een tomaat of kokosnoot.
Hoe zit het met 'gehakt'?
Gehakt is een soort vlees dat fijngemaakt is; het woord vlees is dus ruimer.