Recht: rechte lijn, rechtvaardigheid en een aanspraak
Recht kan een zelfstandig naamwoord zijn (wat juridisch of moreel toekomt), een bijvoeglijk naamwoord (niet krom) of een bijwoord (rechtstreeks).
Recht is een van de veelzijdigste woorden van het Nederlands. Een rechte lijn, een recht op vakantie en het recht als vak delen één woord, omdat 'recht' oorspronkelijk 'in de juiste richting' betekent. De verschillende betekenissen zijn ontstaan uit dat idee.
- Wetgeving of rechtssysteem. *Ze studeert recht in Leiden.*
- Aanspraak. *Je hebt recht op vakantie.*
- Niet krom (bijvoeglijk). *Een rechte lijn.*
- Rechtstreeks (bijwoord). *Ga recht naar huis.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Zelfstandig | het recht | Het recht op privacy. |
| Meervoud | rechten | Mensenrechten. |
| Bijvoeglijk | recht, rechte | Een rechte weg. |
| Vergrotende trap | rechter | Rechter dan voorheen. |
| Overtreffende trap | rechtst | Het rechtst mogelijke pad. |
Recht in een zin
- Je hebt het recht om te zwijgen.Juridisch; ook in Vlaanderen.
- Hij liep recht op de deur af.Bijwoordelijk; de richting is rechtstreeks.
- Dat is niet recht!Informeel: dat is niet eerlijk.
Recht, rechts en rechter
Let op de verwarring: recht is niet hetzelfde als rechts. Rechts is de kant tegenover links, terwijl recht een rechte lijn of een aanspraak aanduidt. De rechter spreekt recht in een rechtszaak, en wie afslaat naar rechts kan toch recht op zijn doel afgaan. Het woord komt uit het Germaans en betekende 'recht, in de goede richting'. Daaruit groeide de betekenis 'wat juist is', en dus ook 'wat je toekomt'. Daarom heten mensenrechten zo: het is wat elk mens van nature toekomt.
Wat is het verschil tussen recht en rechts?
Recht: niet krom of juridisch. Rechts: tegenovergesteld aan links.
Wat betekent 'recht doen aan'?
Iets eerlijk en volledig behandelen, zoals aan een verhaal.