Vinger: vier vingers en een duim?
Een vinger is een van de smalle, beweeglijke delen aan het uiteinde van je hand. Of de duim er ook bij hoort, is een kwestie van gewoonte.
Je gebruikt je vinger wel honderd keer per dag. In het Nederlands heten de vingers wijsvinger, middelvinger, ringvinger en pink, en over de duim zijn de meningen verdeeld. Dat zorgt voor gedoe bij het tellen.
- Deel van de hand. *Hij brak zijn vinger bij het voetballen.*
- Smal uitsteeksel. *Een vinger van de rivier.*
- Handeling met de vinger (figuurlijk). *Hij wees met een beschuldigende vinger.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de vinger | De-woord. |
| Meervoud | vingers | Met -s. |
| Verkleinwoord | vingertje | Ook voor een koekje: een lange vinger. |
| Samenstellingen | wijsvinger, ringvinger | Volgens positie. |
Vinger in een zin
- Ze draaide hem om haar vinger.Uitdrukking: hij doet alles wat zij wil.
- Hij stak zijn vinger op.Letterlijk: een hand opsteken om iets te vragen.
- Met één vinger kon hij het bedienen.Overdreven makkelijk; ook 'geen vinger uitsteken' betekent niets doen.
Vinger, duim en pink
De vijf namen worden vaak door elkaar gehaald. Sommigen tellen de duim als vinger en komen op vijf, anderen spreken van vier vingers en een duim. Een duim is het dikke deel naast de wijsvinger, en een pink is de kleinste vinger. Een hand heeft dus vijf delen, en in het dagelijks leven spreken we meestal van vijf vingers.
Is de duim een vinger?
Dat hangt af van wie je het vraagt: in het dagelijks leven vaak wel, soms zegt men vier vingers en een duim.
Hoe heet de vinger naast de pink?
De ringvinger.