Hand in hand: het lichaamsdeel dat de taal bepaalt
De hand is het uiteinde van de arm met vingers en duim, waarmee we grijpen, schrijven en groeten. Honderden uitdrukkingen draaien om dit ene lichaamsdeel.
De hand is waarschijnlijk het meest gebruikte lichaamsdeel in de Nederlandse taal. Je steekt de handen uit de mouwen, geeft iemand de hand, legt de laatste hand aan iets of houdt iets achter de hand: en meer. Dat maakt het woord rijk aan beeldspraak.
- Lichaamsdeel aan het eind van de arm. *Ze gaf hem een hand.*
- Handschrift. *Dat is zijn hand.*
- Hulp of bijstand. *Kun je een handje helpen?*
- Zijde of kant. *Aan de linkerhand ligt het station.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de hand | Altijd 'de'. |
| Meervoud | handen | Met -en. |
| Verkleinwoord | handje | Vaak liefkozend: *een handje vol*. |
| Samenstelling | handschoen, handtekening | Ook: *handdoek*. |
| Afgeleid | handig | Bijvoeglijk: bekwaam of praktisch. |
Hand in een zin
- Hij gaf haar de hand bij het afscheid.Neutraal en beleefd.
- Kun je even een handje helpen?Informeel; het verkleinwoord maakt het verzoek vriendelijker.
- Hand in hand liepen ze door het park.Romantisch beeld.
Uitdrukkingen met hand
- De handen uit de mouwen steken. Hard aan het werk gaan.
- Iets achter de hand hebben. Een reservevoorraad of plan.
- Hand in hand gaan. Samengaan, voortkomen uit.
- Met de hand op het hart. Eerlijk gezegd.
- Uit de losse hand. Zonder hulpmiddelen, uit het hoofd getekend.
- Ook de duim en de vinger leveren veel uitdrukkingen op.
Wat is het meervoud van hand?
Handen. Een vorm als 'hands' bestaat in het Nederlands niet.
Wat is een handje?
Het verkleinwoord, ook in 'een handje helpen' en 'een handje vol'.
Wat is hands in het voetbal?
Een overtreding: de bal met hand of arm aanraken.