Val: de val van een vallende appel en een gezette valstrik

Een val is het vallen zelf, een strik om iemand of iets te vangen, of een ondergang. Ook de eerste persoon van het werkwoord vallen is 'val'.

Het woord val is kort en veelzijdig. Het beschrijft een beweging naar beneden, maar ook een truc om iemand te vangen. Je kunt van de trap vallen en tegelijk in de val lopen: dezelfde letters, twee verschillende ongelukken. Ook is val een werkwoordsvorm.

Val en vallen: de vormen

VormWoordVoorbeeld
Zelfstandig naamwoordde valEen harde val.
MeervoudvallenMuizenvallen.
Tegenwoordige tijdik val, hij valtHij valt vaak.
Verleden tijdviel / vielenZe viel van de stoel.
Voltooid deelwoordis gevallenHij is gevallen.

Val in zinnen

Op de valreep: een scheepsuitdrukking

De uitdrukking op de valreep betekent 'op het laatste moment'. De valreep is het touw of de loopplank langs de scheepswand waarover je aan boord gaat. Wie nog net op de valreep aan boord stapte, haalde het schip op het nippertje. Nu gebruik je haar voor alles wat op het laatste moment gebeurt. In het Nederlands vind je 'val' ook terug in woorden als *valkuil*, *valstrik* en *valbijl*.

Welk hulpwerkwoord hoort bij vallen?

Zijn: 'hij is gevallen'.

Wat is het verschil tussen een val en een strik?

Een strik is het lusvormige touw waarmee je vangt; een val is ruimer en kan elke vangconstructie zijn.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 3 letters