Lip: de rand van je mond en nog veel meer
De lip is een van de twee zachte randen van de mond. Ook de rand van een kom, kan of kruik en de gleuf van een schenktuit heten lip.
Je lip is meer dan het stukje huid waarmee je lacht of kust. Een grote lip riskeren is lastig, maar wie op zijn lip bijt, houdt vaak zijn mond. Het woord verwijst zowel naar het lichaam als naar de rand van voorwerpen.
- Rand van de mond. *Ze beet op haar onderlip.*
- Rand of schenkrand van een voorwerp. *De lip van de kan is afgebroken.*
- Brutale mond (spreektaal). *Hij heeft een grote lip.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de lip | De lip is gezwollen. |
| Meervoud | lippen | Haar lippen zijn droog. |
| Verkleinwoord | lipje | Een lipje op de blikjes. |
| Samenstelling | lippenstift | Rode lippenstift. |
| Samenstelling | bovenlip | Een bloedende bovenlip. |
Lip in een zin
- Hij hing aan haar lippen tijdens het verhaal.Figuurlijk: heel aandachtig luisteren.
- Dat kind riskeert wel een grote lip.Spreektaal; iemand die brutaal praat.
- De kan heeft een kleine lip bij de schenktuit.Technisch gebruik van het woord voor een uitstekende rand.
Uitdrukkingen met lip
- Aan iemands lippen hangen. Gespannen luisteren naar wat iemand zegt.
- Een grote lip hebben. Brutaal of opschepperig praten.
- Op je lip bijten. Je ergernis inslikken; zie ook mond.
- Lippendienst bewijzen. Wel mooie woorden zeggen, maar niets doen.
- Het woord is verwant met het Engelse lip en het Duitse Lippe en gaat terug op het Proto-Germaanse *lippjō*.
Is een hazenlip nog een correct woord?
Het is verouderd en voor veel mensen kwetsend. Medisch spreek je van een lipspleet.
Wat is het verschil tussen lip en tong?
De lip zit aan de buitenkant van de mond, de tong binnenin.