Trap in het Nederlands is geen trap in het Engels
Een trap is een reeks treden waarmee je naar een andere verdieping gaat. Het woord betekent ook een schop, een niveau of een pedaalbeweging.
Met trap bedoelen we in het Nederlands in de eerste plaats de trap in huis. Het Engelse trap is een val, terwijl het Nederlandse woord een stel treden is waarmee je omhoog of omlaag gaat. De ladder is het eenvoudige broertje van de trap.
- Trap in een gebouw. *Neem de trap naar boven.*
- Schop. *Hij gaf de bal een harde trap.*
- Niveau of stap. *De vergrotende trap van groot is groter.*
- Pedaalbeweging. *Met elke trap ging de fiets sneller.*
Vormen van trap en trappen
| Vorm | Woord | Toelichting |
|---|---|---|
| Lidwoord | de trap | De-woord. |
| Meervoud | trappen | Ook infinitief van het werkwoord. |
| Verkleinwoord | trapje | Bijvoorbeeld een opstapje. |
| Werkwoord | trappen, trapte, getrapt | Hulpwerkwoord hebben. |
| Samenstelling | trapleuning, trapgat | Onderdelen van een trap. |
Trap in een zin
- Pas op, de trap is glad.Alledaags.
- Hij trapte tegen de bal.Werkwoord in de verleden tijd.
- Daar trap ik niet in.Figuurlijk: ik laat me niet misleiden.
Valse vriend en uitdrukkingen
- Ergens in trappen β zich laten misleiden.
- Trap op, trap af β heel vaak de trap gebruiken.
- Een trap nageven β iemand kwetsen die al is gevallen.
- Een trapje hoger β iets beter dan het huidige niveau.
Het Engelse *trap* en het Nederlandse *trap* zijn historisch verwant, want ze gaan allebei terug op het stappen. In het Nederlands is een val gewoon een *val*, en een trap is wat je beklimt. Elke stap op de trap telt dus mee. Let ook op trappen, dat zowel meervoud als werkwoord is.
Is trap altijd een trap met treden?
Nee, het kan ook een schop of een niveau zijn.
Hoe zeg je een val in het Nederlands?
Een val, bijvoorbeeld een muizenval.