Bak: een bak is meer dan een doos

Een bak is een open of gesloten vat voor spullen, vloeistof of voedsel. In spreektaal staat 'in de bak zitten' voor gevangen zijn. Bak is ook de stam van bakken.

Het woord bak is een gebruiksvoorwerp in woordvorm. Alles wat je ergens in wilt stoppen heeft in het Nederlands al snel een bak nodig. Daarnaast heeft het een opvallende spreektaalbetekenis.

Vormen en samenstellingen

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordde bakDe bak staat in de keuken.
MeervoudbakkenDrie bakken water.
VerkleinwoordbakjeEen bakje yoghurt.
Samenstellingafvalbak, bakfietsVeel gebruikt in Nederland.

Bak in een zin

Bak in Nederland en Vlaanderen

In Vlaanderen koopt men een bak bier, een krat met flesjes. In Nederland zeg je eerder een krat of een kratje, terwijl een bak daar vooral een kuip of kist is. De gevangenisbetekenis komt waarschijnlijk uit de beeldspraak van een afgesloten ruimte, net als hok. Dezelfde klank hoor je in *bakken*, maar dat werkwoord heeft een eigen verhaal.

Wat is het meervoud van bak?

Bakken.

Is 'in de bak zitten' beleefd?

Nee, het is spreektaal. In een formele tekst schrijf je 'gevangen zitten'.

Wat is het verschil tussen bak en bakje?

Een bakje is klein, bijvoorbeeld voor boter of een snack; een bak is groter en bedoeld voor opslag of vervoer.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 3 letters