Vaccin: van koe tot bescherming

Een vaccin is een medicijn dat het afweersysteem traint tegen een ziekte. Het woord komt van het Latijnse vacca, koe, omdat de eerste vaccinatie met koepokken gebeurde.

Een vaccin bevat een verzwakte of dode ziekteverwekker, of een deel ervan. Het woord komt van het Latijnse *vacca*, β€˜koe’: in 1796 gebruikte Edward Jenner koepokken om mensen tegen pokken te beschermen. Zo kreeg een medicijn zijn naam van een dier.

Vormen

VormWoordOpmerking
Lidwoordhet vaccinEen het-woord.
MeervoudvaccinsMet -s.
WerkwoordvaccinerenIk vaccineer, ik vaccineerde, ik heb gevaccineerd.
Samenstellingenvaccinatie, vaccinbewijsHet toedienen en het bewijs.

Vaccin in een zin

Herkomst en verwante woorden

Louis Pasteur breidde het woord later uit naar alle middelen die tegen ziekten beschermen, ook als er geen koe aan te pas kwam. Een vaccin leert het lichaam afweer opbouwen, waardoor je immuun wordt. Het is dus verwant met een serum, maar werkt anders: een serum geeft direct antistoffen, een vaccin bouwt ze op. Een dokter of een prikpost zet het.

Wat is het verschil tussen vaccin en vaccinatie?

Een vaccin is het middel, vaccinatie is het toedienen ervan.

Is inenting hetzelfde als vaccinatie?

Ja; inenting is het Nederlandse woord voor vaccinatie.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 6 letters