Have en goed: een oud woord voor al je bezittingen
Have is een verheven of verouderd woord voor bezit, vooral in de vaste verbinding 'have en goed'. Het hangt samen met het werkwoord hebben.
De have is alles wat je bezit. Het woord leeft vrijwel alleen nog voort in de formule 'have en goed', waarmee je beschrijft dat iemand al zijn spullen kwijt is geraakt bij een brand of overstroming. Daarmee is het een mooi voorbeeld van een bijna uitgestorven woord dat in een vaste uitdrukking overleeft.
- Bezit of eigendom. *Zij verloren have en goed in de brand.*
- Vee (als bezit). *De levende have werd in veiligheid gebracht.*
- Verouderd: bezitting in het algemeen. *Zijn have was klein.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de have | Altijd 'de'. |
| Meervoud | – | Niet gebruikelijk. |
| Verkleinwoord | – | Bestaat niet. |
| Vaste verbinding | have en goed | Alle bezittingen. |
| Vaste verbinding | levende have | Vee als bezit. |
Have in een zin
- Ze verloren have en goed bij de overstroming.Deze zin is een klassieker uit krantenverslagen.
- De boer redde zijn levende have uit de stal.Het woord 'levende have' is ouderwets.
- Dat is mijn hele have.Archaïsch; je zegt tegenwoordig 'bezit'.
Afgeleid van hebben
Het woord is een afleiding van het werkwoord *hebben*, net als *gave* bij *geven*. Het is eigenlijk 'wat je hebt', en dat past bij het oude denken dat iemands waarde in zijn bezit zat. Het woord moet je niet verwarren met haven, waar schepen aanleggen, ook al lijken de twee woorden op elkaar. Een modern synoniem is bezit.
Is have hetzelfde als haven?
Nee. Een haven is een plaats voor schepen; have is bezit.
Hoe zeg je have in modern Nederlands?
Bezit of spullen.
Waar komt de uitdrukking have en goed vandaan?
Waarschijnlijk uit de oude rechtstaal, waarin have de roerende en goed de onroerende bezittingen aanduidde.