Hoeveel betekenissen heeft tijd?
Tijd is de voortgang van het heden naar het verleden en de toekomst. Ook een periode, een moment of een werkwoordsvorm heet tijd.
Weinig woorden worden zo vaak gebruikt als tijd. Het gaat over klokken en kalenders, maar ook over perioden, werkwoordsvormen en wat je er nog van over hebt. Tijd verdeel je in uur, minuten en seconden, en je meet hem op een horloge.
- Voortgang van het heden. *De tijd gaat snel.*
- Periode. *In mijn tijd was alles anders.*
- Moment of tijdstip. *Wat is de tijd?*
- Werkwoordstijd. *De verleden tijd van lopen is liep.*
Vormen van tijd
| Kenmerk | Vorm | Toelichting |
|---|---|---|
| Lidwoord | de tijd | De-woord. |
| Meervoud | tijden | Met -en. |
| Verkleinwoord | tijdje | Is onzijdig: een tijdje. |
| Samenstelling | tijdschrift | Periodiek blad. |
| Afleiding | tijdelijk, tijdens | Hoort bij tijd. |
Tijd in een zin
- Heb je even tijd voor me?Alledaags en vriendelijk.
- De tijd dringt.Het is haast.
- Dat doe ik te allen tijde.Plechtig: altijd.
Uitdrukkingen en herkomst
- Tijd is geld β wie tijd verspilt, verliest geld.
- Met zijn tijd meegaan β bij de nieuwe ontwikkelingen blijven.
- Tijd rekken β iets langer laten duren.
- De tijd zal het leren β later wordt duidelijk wat klopt.
Tijd is verwant aan het Engelse *tide*, dat nu vooral het getij van de zee betekent, en aan het Duitse *Zeit*. Het gedeelde Germaanse woord ging in elke taal een eigen kant op. Zo is tijd ook verwant aan *getij*, het opkomen en afnemen van het water. Een moment is een heel kort stukje tijd.
Is tijdje onzijdig?
Ja, het tijdje, ook al is tijd zelf een de-woord.
Wat is het verschil tussen tijd en keer?
Tijd gaat over duur of moment, keer over herhaling.