Stuk: een woord dat bijna alles kan betekenen

Een stuk is een deel van iets groters, maar ook een toneelstuk, een krantenartikel of een document. Als bijvoeglijk naamwoord betekent stuk kapot.

Weinig Nederlandse woorden zijn zo veelzijdig als stuk. Het kan een brok taart zijn, een toneelstuk, een document of een bijvoeglijk naamwoord voor iets dat kapot is. Het hangt sterk samen met het begrip deel, maar het heeft meer gebruiksmogelijkheden.

Vormen van stuk

KenmerkVormToelichting
Lidwoordhet stukOnzijdig.
MeervoudstukkenMet k-verdubbeling.
VerkleinwoordstukjeOok voor een klein beetje.
BijvoeglijkstukOnverbogen: de computer is stuk.
Samenstellingstukgaan, stukslaanScheidbaar werkwoord.

Stuk in het dagelijks leven

Uitdrukkingen

Het woord is verwant aan het Duitse *StΓΌck*. Wie op het toneel staat, speelt in een toneelstuk. Een musicus voert een muziekstuk uit, en een journalist schrijft een stuk. Het contrast met een los fragment is dus telkens dat een stuk een afgerond geheel kan zijn.

Is stuk een bijvoeglijk naamwoord?

Ja, in de betekenis kapot, bijvoorbeeld: de vaas is stuk.

Wat is een stukje in de krant?

Een kort artikel, vaak een column of nieuwsbericht.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters