Stuk: een woord dat bijna alles kan betekenen
Een stuk is een deel van iets groters, maar ook een toneelstuk, een krantenartikel of een document. Als bijvoeglijk naamwoord betekent stuk kapot.
Weinig Nederlandse woorden zijn zo veelzijdig als stuk. Het kan een brok taart zijn, een toneelstuk, een document of een bijvoeglijk naamwoord voor iets dat kapot is. Het hangt sterk samen met het begrip deel, maar het heeft meer gebruiksmogelijkheden.
- Deel van een geheel. *Wil je een stuk taart?*
- Toneelstuk of muziekstuk. *Het stuk duurde twee uur.*
- Document of artikel. *De stukken liggen bij de rechtbank.*
- Kapot (bijvoeglijk naamwoord). *De tv is stuk.*
Vormen van stuk
| Kenmerk | Vorm | Toelichting |
|---|---|---|
| Lidwoord | het stuk | Onzijdig. |
| Meervoud | stukken | Met k-verdubbeling. |
| Verkleinwoord | stukje | Ook voor een klein beetje. |
| Bijvoeglijk | stuk | Onverbogen: de computer is stuk. |
| Samenstelling | stukgaan, stukslaan | Scheidbaar werkwoord. |
Stuk in het dagelijks leven
- Er ligt nog een stuk kaas in de koelkast.Gewoon, neutraal.
- Mijn fiets is gisteren stukgegaan.Het voltooid deelwoord hoort bij zijn.
- Dat is een stuk beter dan vorige week.Hier is stuk een versterker, informeel.
Uitdrukkingen
- Per stuk β voor elk exemplaar afzonderlijk.
- Aan stukken β in vele delen.
- Een stuk in de kraag hebben β dronken zijn.
- Een stuk β informeel een aantrekkelijk persoon.
Het woord is verwant aan het Duitse *StΓΌck*. Wie op het toneel staat, speelt in een toneelstuk. Een musicus voert een muziekstuk uit, en een journalist schrijft een stuk. Het contrast met een los fragment is dus telkens dat een stuk een afgerond geheel kan zijn.
Is stuk een bijvoeglijk naamwoord?
Ja, in de betekenis kapot, bijvoorbeeld: de vaas is stuk.
Wat is een stukje in de krant?
Een kort artikel, vaak een column of nieuwsbericht.