Stop: halt, plug of afspraak? Alle betekenissen op een rij

Stop is een gebiedende wijs van stoppen en betekent ophouden. Als zelfstandig naamwoord is het ook een afsluiter, een zekering of een korte onderbreking.

Het woord stop is kort, maar het werkt in veel rollen. Als bevel wordt het bijna overal ter wereld begrepen, als zelfstandig naamwoord kan het een prop in een gat of een lamp zijn die doorbrandt. Een korte pauze noemen sommigen ook een tussenstop.

Vormen van stoppen

VormWerkwoordOpmerking
InfinitiefstoppenOvergankelijk en onovergankelijk.
Tegenwoordige tijdhij stoptStam is stop.
Verleden tijdstopteMet -te, want p staat in 't kofschip.
Voltooid deelwoordgestoptHulpwerkwoord hebben of zijn, afhankelijk van de zin.
Zelfstandigde stop, stops of stoppenAllebei meervouden komen voor.

Stop in de praktijk

Herkomst en vergelijking

Het werkwoord *stoppen* ging oorspronkelijk over dichtstoppen, ongeveer met werk of vlas. Het is afgeleid van een laat-Latijns woord voor het vullen met vlaswerk. Het Engelse *stop* heeft dezelfde oorsprong. Zo betekende stoppen eerst een gat dichten, en pas later ophouden met bewegen. Een bushalte, in het Nederlands de halte, is dus een plek waar de bus stopt.

Is stop een Nederlands woord?

Ja, het is een volwaardig Nederlands woord en staat in de woordenlijst.

Zeg je de stop of het stop?

Je zegt de stop, zowel voor de prop als de zekering.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters