Stop: halt, plug of afspraak? Alle betekenissen op een rij
Stop is een gebiedende wijs van stoppen en betekent ophouden. Als zelfstandig naamwoord is het ook een afsluiter, een zekering of een korte onderbreking.
Het woord stop is kort, maar het werkt in veel rollen. Als bevel wordt het bijna overal ter wereld begrepen, als zelfstandig naamwoord kan het een prop in een gat of een lamp zijn die doorbrandt. Een korte pauze noemen sommigen ook een tussenstop.
- Bevel om op te houden. *Stop, je loopt de verkeerde kant op!*
- Afsluiter of prop. *De stop van het bad zat vast.*
- Zekering in de meterkast. *De stop is doorgeslagen.*
- Onderbreking van een reis. *We maken een stop in Utrecht.*
Vormen van stoppen
| Vorm | Werkwoord | Opmerking |
|---|---|---|
| Infinitief | stoppen | Overgankelijk en onovergankelijk. |
| Tegenwoordige tijd | hij stopt | Stam is stop. |
| Verleden tijd | stopte | Met -te, want p staat in 't kofschip. |
| Voltooid deelwoord | gestopt | Hulpwerkwoord hebben of zijn, afhankelijk van de zin. |
| Zelfstandig | de stop, stops of stoppen | Allebei meervouden komen voor. |
Stop in de praktijk
- Wil je even stoppen met praten?Met wil je is het een vriendelijk verzoek in plaats van een bevel.
- De bus stopt bij het station.Hier beschrijft stoppen de beweging van het voertuig.
- Ze heeft de bal gestopt.Voltooid deelwoord met hebben bij overgankelijk gebruik.
Herkomst en vergelijking
Het werkwoord *stoppen* ging oorspronkelijk over dichtstoppen, ongeveer met werk of vlas. Het is afgeleid van een laat-Latijns woord voor het vullen met vlaswerk. Het Engelse *stop* heeft dezelfde oorsprong. Zo betekende stoppen eerst een gat dichten, en pas later ophouden met bewegen. Een bushalte, in het Nederlands de halte, is dus een plek waar de bus stopt.
Is stop een Nederlands woord?
Ja, het is een volwaardig Nederlands woord en staat in de woordenlijst.
Zeg je de stop of het stop?
Je zegt de stop, zowel voor de prop als de zekering.