Honk: de thuisbasis in het honkbal en in kinderspelen
Een honk is een vaste plek waar je veilig bent, zoals de thuisbasis in een kinderspel of een van de vier honken in het honkbal.
Een honk is een veilige plek: de plek waar je bij verstoppertje niet meer kunt worden afgetikt. Wie 'honkvast' is, houdt van zijn eigen plek, en wie 'honkbal' speelt, rent van honk naar honk. Zo leeft het oude woord voort in spel, sport en spreektaal.
- Veilige plek in een kinderspel. *Honk! Nu mag je me niet meer tikken.*
- Basis in honkbal of softbal. *De loper bereikte het derde honk.*
- Eigen woonplek (informeel). *Hij wil naar zijn honk.*
- Vaste verblijfplaats. *Honkvast zijn.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | het honk | Het-woord. |
| Meervoud | honken | Met -en. |
| Verkleinwoord | honkje | Het veilige plekje in een spel. |
| Afgeleid | honkvast | Graag op dezelfde plek. |
| Samenstelling | honkbal, honkslag | De sport en een raak schot. |
Honk in een zin
- De speler rende naar het eerste honk.Sporttaal.
- Ik ben honkvast; ik ga niet graag op reis.Spreektaal: huiselijk.
- Het honk was een lantaarnpaal.Verstoppertje op straat.
Honk als valse vriend
In het Engels betekent *honk* het geluid van een gans of een claxon, dus geen thuisbasis. Het Nederlandse woord is een oud woord dat 'plaats waar je thuishoort' betekent en blijft bestaan in *honkvast* en *honkbal*. Je voelt je thuis in je eigen huis, maar op het veld is de basis een honk.
Wat is honkbal?
Een bal-en-knuppelspel met vier honken, vergelijkbaar met baseball.
Wat betekent honkvast?
Iemand die liever thuisblijft dan reizen.
Heeft honk iets met een gans te maken?
Alleen in het Engels; het Nederlandse honk is een basis of thuis.