Wat is een schuur? Van boerenschuur tot tuinhok
Een schuur is een eenvoudig gebouw voor opslag, vaak bij een boerderij of in de tuin. Het woord is ook een vorm van het werkwoord schuren.
Een schuur is het gebouw waar alles terechtkomt wat niet in huis past. Van oogst tot tuingereedschap: wat in de schuur staat, hoeft er niet fraai uit te zien, maar moet er wel droog liggen. In het Nederlands en het Vlaams is het woord vrijwel gelijk, al zeggen sommigen in België liever *berging* of *bijgebouw* voor een kleine ruimte.
- Opslaggebouw bij een boerderij. *De trekker staat in de schuur.*
- Tuinhuis of berging. *Hij bewaart de fietsen in de schuur achter het huis.*
- Vorm van het werkwoord schuren. *Schuur de pan eerst even schoon.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de schuur | de-woord |
| Meervoud | schuren | zelfde vorm als het werkwoord |
| Verkleinwoord | schuurtje | tuinhuisje |
| Samenstelling | hooischuur | opslag voor hooi |
| Samenstelling | schuurpapier | hoort bij schuren |
Zo gebruik je het
- Het hooi ligt al in de schuur.Landelijk gebruik; dieren staan in de stal.
- We hebben een schuurtje voor de tuingereedschap.Het verkleinwoord klinkt gezellig en klein.
- Schuur het hout voordat je het verft.Werkwoord: hier is *schuur* gebiedende wijs.
Twee woorden, één vorm
Het zelfstandig naamwoord *schuur* en het werkwoord *schuren* zijn aparte woorden die toevallig dezelfde vorm hebben. Je herkent het verschil aan de zin: een schuur staat ergens, maar je schuurt iets. Het meervoud van het zelfstandig naamwoord is *schuren*, en dat is ook de infinitief van het werkwoord. Een kleiner bouwwerk noemen we soms een hut, en voor dieren bestaat de stal.
Is een schuur hetzelfde als een tuinhuis?
Niet helemaal. Een schuur is meer voor opslag, een tuinhuis wordt ook als verblijfsruimte gebruikt.
Hoe schrijf je het meervoud?
Schuren, met dezelfde vorm als het werkwoord.
Wat staat er vaak in een schuur?
Hooi, gereedschap, fietsen en tuinmeubels; op een boerderij ook landbouwmachines en voer.