Lokaal als zelfstandig en als bijvoeglijk naamwoord
Een lokaal is een ruimte die voor een bepaald doel wordt gebruikt, zoals een klaslokaal. Als bijvoeglijk naamwoord betekent lokaal: van of voor een bepaalde plaats.
Het woord lokaal is een goed voorbeeld van een woord dat twee gezichten heeft. Als zelfstandig naamwoord is het een kamer, als bijvoeglijk naamwoord betekent het dat iets bij een plaats hoort.
- Ruimte voor een bepaald doel (zelfstandig naamwoord). *De leraar liep het lokaal binnen.*
- Plaatselijk (bijvoeglijk). *De lokale bakker verkoopt streekproducten.*
- Beperkt tot een gebied. *Er was lokale verdoving bij de ingreep.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Toelichting |
|---|---|---|
| Als zelfstandig naamwoord | het lokaal | onzijdig, meervoud lokalen |
| Verkleinwoord | lokaaltje | zeldzaam; klein verenigingslokaal |
| Als bijvoeglijk | lokaal | lokale politiek, lokaal nieuws |
| Vergrotende trap | lokaler | weinig gebruikt |
| Bijwoord | lokaal | hier lokaal opgeslagen |
Lokaal in gebruik
- De les vindt plaats in lokaal 12.In Vlaanderen en Nederland gangbaar op school.
- De lokale krant schrijft erover.Bijvoeglijk: ‘lokale’ krijgt een -e.
- De wond kreeg een lokale verdoving.Medisch: alleen op die plek.
Lokaal en plaats
Het woord komt uit het Latijn *locus*, ‘plaats’, via het Frans. Het hoort bij *locatie* en *lokaliseren*. In Nederland betekent een *lokaal* vooral klaslokaal, in Vlaanderen ook een zaal van een vereniging. Naast het bijvoeglijk lokaal staat het synoniem *plaatselijk*, dat iets gewoner klinkt. Wie een zaal huurt, gebruikt vaak ook het woord lokaal, maar een zaal is meestal groter.
Wat is het verschil tussen lokaal en plaatselijk?
Bijna hetzelfde; lokaal klinkt formeler, plaatselijk heeft een iets landelijkere sfeer.
Heeft lokaal een meervoud?
Ja: lokalen. Het bijvoeglijk gebruik krijgt de verbuiging lokale.