Lokaal als zelfstandig en als bijvoeglijk naamwoord

Een lokaal is een ruimte die voor een bepaald doel wordt gebruikt, zoals een klaslokaal. Als bijvoeglijk naamwoord betekent lokaal: van of voor een bepaalde plaats.

Het woord lokaal is een goed voorbeeld van een woord dat twee gezichten heeft. Als zelfstandig naamwoord is het een kamer, als bijvoeglijk naamwoord betekent het dat iets bij een plaats hoort.

Vormen

KenmerkVormToelichting
Als zelfstandig naamwoordhet lokaalonzijdig, meervoud lokalen
Verkleinwoordlokaaltjezeldzaam; klein verenigingslokaal
Als bijvoeglijklokaallokale politiek, lokaal nieuws
Vergrotende traplokalerweinig gebruikt
Bijwoordlokaalhier lokaal opgeslagen

Lokaal in gebruik

Lokaal en plaats

Het woord komt uit het Latijn *locus*, ‘plaats’, via het Frans. Het hoort bij *locatie* en *lokaliseren*. In Nederland betekent een *lokaal* vooral klaslokaal, in Vlaanderen ook een zaal van een vereniging. Naast het bijvoeglijk lokaal staat het synoniem *plaatselijk*, dat iets gewoner klinkt. Wie een zaal huurt, gebruikt vaak ook het woord lokaal, maar een zaal is meestal groter.

Wat is het verschil tussen lokaal en plaatselijk?

Bijna hetzelfde; lokaal klinkt formeler, plaatselijk heeft een iets landelijkere sfeer.

Heeft lokaal een meervoud?

Ja: lokalen. Het bijvoeglijk gebruik krijgt de verbuiging lokale.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 6 letters