Oorbel: sieraad voor het oor
Een oorbel is een sieraad dat je aan je oorlel draagt, via een gaatje of met een klemmetje. Het kan een knopje, een ringetje of een hanger zijn.
Een oorbel is een klein sieraad voor aan het oor. Het woord is een samenstelling van 'oor' en 'bel', een bolletje of hanger dat aan het oor hangt. Tegenwoordig zijn oorbellen er in alle vormen: van parels tot grote ringen.
- Sieraad voor het oor. *Ze draagt gouden oorbellen.*
- Piercingvorm. *Hij liet een oorbel in zijn linkeroor zetten.*
Vormen en samenstellingen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de oorbel | vrouwelijk |
| Meervoud | oorbellen | gewone vorm |
| Verkleinwoord | oorbelletje | klein sieraad |
| Samenstelling | oorbelhanger | hanger aan oorbel |
| Synoniem | oorring | ook gangbaar, vooral voor ringvormige |
Oorbel in een zin
- Ze verloor een oorbel in de sneeuw.Alledaags, neutraal.
- Voor de bruiloft kocht ze nieuwe oorbellen.Meervoud; vaak per paar.
- De oorring is van goud.Ook 'oorring' komt voor, vooral voor een ringvormig exemplaar.
Oor, ring en parel
In het Nederlands bestaan twee woorden naast elkaar: 'oorbel' en 'oorring'. Bij een oorring denk je aan een ring, bij een oorbel aan elk sieraad voor het oor; in de praktijk lopen ze door elkaar. Het dragen van sieraden aan het oor is eeuwenoud en komt in vele culturen voor. Bij het oor zelf bestaat de oorlel, waar je meestal de gaatjes in maakt. Veel oorbellen hebben een parel; een gouden ring is een andere klassieker.
Wat is het verschil tussen oorbel en oorring?
Weinig. 'Oorbel' is de algemene term; 'oorring' wijst op een ringvorm.
Zeg je 'oorbel' of 'oorbellen' voor één?
Voor één stuk: 'een oorbel'; voor een paar: 'oorbellen'.