Stal: waar paarden staan, en ook de verleden tijd van stelen

Een stal is een gebouw voor vee, zoals paarden of koeien. Stal is ook de verleden tijd van stelen: hij stal een fiets.

Een stal is waar dieren overnachten. Wie iets van stal haalt, haalt het naar voren, en wie een fiets stal, deed iets heel anders. Dat is de verwarring: stal is een zelfstandig naamwoord, maar ook de verleden tijd van stelen. Het onderkomen van een paard heet stal.

Vormen

KenmerkVormVoorbeeld
Lidwoordde stalDe stal is groot.
MeervoudstallenDrie stallen.
VerkleinwoordstalletjeEen stalletje.
WerkwoordstallenIk stal mijn fiets.
Verleden tijd stelenstalHij stal een fiets.

Stal in een zin

Stal, stallen en stelen

Is stal een verleden tijd van stelen?

Ja: ik stal, jij stal, wij stalen. Het voltooid deelwoord is gestolen.

Wat is een stal bij het wielrennen?

Een ploeg die samen is gesponsord, vergelijkbaar met een renstal in de autosport.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters