Stal: waar paarden staan, en ook de verleden tijd van stelen
Een stal is een gebouw voor vee, zoals paarden of koeien. Stal is ook de verleden tijd van stelen: hij stal een fiets.
Een stal is waar dieren overnachten. Wie iets van stal haalt, haalt het naar voren, en wie een fiets stal, deed iets heel anders. Dat is de verwarring: stal is een zelfstandig naamwoord, maar ook de verleden tijd van stelen. Het onderkomen van een paard heet stal.
- Gebouw voor vee. *De koeien staan 's nachts op stal.*
- Verleden tijd van stelen. *Hij stal het schilderij uit het museum.*
- Team van een renstal. *De Franse stal won de race.*
- Plek om iets op te slaan (stallen). *Ik stal mijn fiets bij het station.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de stal | De stal is groot. |
| Meervoud | stallen | Drie stallen. |
| Verkleinwoord | stalletje | Een stalletje. |
| Werkwoord | stallen | Ik stal mijn fiets. |
| Verleden tijd stelen | stal | Hij stal een fiets. |
Stal in een zin
- De boer zet de koeien op stal.Landbouwtaal; op stal zetten is vast.
- Hij stal het geld uit de kassa.Verleden tijd van stelen.
- De fietsen worden hier gestald.Fietsenstalling, gebruikelijk bij stations.
Stal, stallen en stelen
- Van stal halen betekent iets tevoorschijn halen, een argument bijvoorbeeld.
- Stallen is ook het veilig neerzetten van een voertuig, zoals bij een fietsenstalling.
- Let op: stal (zelfstandig) en stal (van stelen) klinken en schrijf je hetzelfde; de zin bepaalt het.
Is stal een verleden tijd van stelen?
Ja: ik stal, jij stal, wij stalen. Het voltooid deelwoord is gestolen.
Wat is een stal bij het wielrennen?
Een ploeg die samen is gesponsord, vergelijkbaar met een renstal in de autosport.