Toer: een rondreis, een kunstje of een flinke klus
Een toer is een rondreis of uitstapje, maar ook een kunstje of een lastig karwei. Als werkwoord betekent toeren rondrijden voor je plezier.
Een toer kan een tocht zijn, maar ook een kunststuk. Wie op volle toeren draait, werkt zo hard als hij kan, net als een motor die op zijn hoogste toerental loopt. Een toer is vaak een rondreis met meerdere stops, terwijl een reis ook naar één plaats kan gaan.
- Rondreis. *Ze maakten een toer door Zuid-Europa.*
- Kunststuk of streek. *Hij haalt allerlei toeren uit.*
- Lastige klus. *Het was een hele toer om de kast naar boven te krijgen.*
- Omwenteling van een motor. *De motor draait op volle toeren.*
Vormen van toer en toeren
| Vorm | Woord | Toelichting |
|---|---|---|
| Lidwoord | de toer | De-woord. |
| Meervoud | toeren | Ook werkwoord. |
| Verkleinwoord | toertje | Een korte tocht. |
| Werkwoord | toeren, toerde, getoerd | Hulpwerkwoord hebben of zijn. |
| Samenstelling | toerist, toerental | Verwant of afgeleid. |
Toer in een zin
- We gaan een toertje maken met de fiets.Informeel en gezellig.
- Dat was een hele toer.Spreektaal: het was moeilijk.
- Hij kwam pas op toeren na koffie.Figuurlijk: hij werd pas actief.
Herkomst en samenstellingen
Het woord is afgeleid van het Franse *tour*, draai of beurt, dat op zijn beurt terugvoert op het Latijnse *tornus*, draaibank. Een toer is dus een draai: de ronde die je maakt of de omwenteling van een motor. Daaruit komen woorden als toerist, iemand die rondreist, en tournee, een reeks optredens van een artiest.
Is toer en tour hetzelfde?
Eigenlijk wel; tour is de Franse vorm, toer de Nederlandse.
Wat is toeren?
Rondrijden zonder haast, bijvoorbeeld met een motor of auto.