Een rit maken: reizen met een voertuig
Een rit is een tocht of reis die je maakt op een voertuig of dier, bijvoorbeeld met de bus, de fiets of een paard. Het is ook een etappe in een wedstrijd.
Een rit begint als je ergens instapt en eindigt als je weer uitstapt. Het woord rit past bij elke vorm van vervoer: een bustocht, een fietsrit en zelfs een ritje op de kermis. Een rit is meestal korter dan een reis, maar hij hoeft niet kort te zijn.
- Tocht met een voertuig of dier. *Een rit van twee uur.*
- Etappe in een wedstrijd. *De Tour kent een rit door de Alpen.*
- Korte vermakelijke tocht (ritje). *Een ritje op de kermis.*
- Eén opdracht van een taxi of bezorger. *Hij had vandaag acht ritten.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de rit | De rit duurt lang. |
| Meervoud | ritten | Vijf ritten per dag. |
| Verkleinwoord | ritje | Een ritje met de fiets. |
| Samenstelling | taxirit, fietsrit | Een lange fietsrit. |
| Verwant | rijden | Wij rijden naar huis. |
Zo gebruik je het in een zin
- Het is een rit van drie kwartier naar mijn werk.Alledaags, in heel Nederland en Vlaanderen.
- Zij maakten een mooie rit door de duinen.Positief, bijna toeristisch.
- De Tourrenners reden vandaag een zware rit.Sporttaal; rit betekent daar etappe.
Rit, reis en tocht
Je kunt een rit onderscheiden van een reis en een tocht. Een reis is ruimer en heeft vaak meerdere stops, een tocht is een route die je volgt, en een rit is vooral het deel dat je met een voertuig aflegt. Een taxichauffeur telt zijn ritten, een toerist zijn reizen. Het woord hoor je ook bij de bus en de taxi, waar ritprijs en ritnummer gewone woorden zijn.
Wat is het meervoud van rit?
Ritten, met dubbele t, omdat de korte i kort moet blijven.
Is rit verwant aan rijden?
Ja, rit hoort bij de woordfamilie van rijden, net als reed en gereden.