Een rit maken: reizen met een voertuig

Een rit is een tocht of reis die je maakt op een voertuig of dier, bijvoorbeeld met de bus, de fiets of een paard. Het is ook een etappe in een wedstrijd.

Een rit begint als je ergens instapt en eindigt als je weer uitstapt. Het woord rit past bij elke vorm van vervoer: een bustocht, een fietsrit en zelfs een ritje op de kermis. Een rit is meestal korter dan een reis, maar hij hoeft niet kort te zijn.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordde ritDe rit duurt lang.
MeervoudrittenVijf ritten per dag.
VerkleinwoordritjeEen ritje met de fiets.
Samenstellingtaxirit, fietsritEen lange fietsrit.
VerwantrijdenWij rijden naar huis.

Zo gebruik je het in een zin

Rit, reis en tocht

Je kunt een rit onderscheiden van een reis en een tocht. Een reis is ruimer en heeft vaak meerdere stops, een tocht is een route die je volgt, en een rit is vooral het deel dat je met een voertuig aflegt. Een taxichauffeur telt zijn ritten, een toerist zijn reizen. Het woord hoor je ook bij de bus en de taxi, waar ritprijs en ritnummer gewone woorden zijn.

Wat is het meervoud van rit?

Ritten, met dubbele t, omdat de korte i kort moet blijven.

Is rit verwant aan rijden?

Ja, rit hoort bij de woordfamilie van rijden, net als reed en gereden.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 3 letters