Wat is een pin? Van spijker tot pinpas

Een pin is een dun, puntig stukje metaal of hout, zoals een spijker of een stekkerpen. Ook is het de verkorte naam voor de pincode en het betalen met een bankpas (pinnen).

Een pin is in de eerste plaats een kort, dun puntje van metaal of hout dat iets vastzet. Dat het woord ook voor betalen met je bankpas gebruikt wordt, komt doordat de Nederlandse banken hun systeem en de bijbehorende geheime code 'pin' noemden. Daarvan is zelfs een werkwoord gemaakt: pinnen.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordde pinDe pin is te kort.
MeervoudpinnenZet de pinnen vast.
VerkleinwoordpinnetjeEen pinnetje in de kaart.
Werkwoord (hij)pintHij pint de boodschappen.
Verleden tijd / voltooid deelwoordpinde / gepindWij hebben gepind (hebben).
Samenstellingpincode, pinpas, pinautomaatVoer je pincode in.

Zo gebruik je het in een zin

Pinnen in Nederland en Vlaanderen

In Nederland is pinnen het gewone woord voor betalen met een bankpas. In Vlaanderen zeg je eerder dat je met Bancontact betaalt, naar de naam van het Belgische betaalsysteem. Het woord pinnen wordt in België wel begrepen, maar het klinkt Nederlands. Een ander verschil: een Nederlander gebruikt de kaart om te pinnen, terwijl een Vlaming vaak over de 'bankkaart' praat.

Is pin een afkorting?

Oorspronkelijk wel: het staat voor persoonlijk identificatienummer. In het Nederlands schrijven we het inmiddels als gewoon woord, met kleine letters.

Schrijf je pincode aan elkaar?

Ja. Pincode, pinpas en pinautomaat zijn samenstellingen en worden aaneen geschreven. Een geheime code deel je nooit met anderen.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 3 letters