Merken: opmerken, markeren, en de meervoudsvorm van merk
Merken is een werkwoord dat opmerken, gewaarworden of van een teken voorzien betekent. Merken is ook het meervoud van het zelfstandig naamwoord merk.
Merken is een woord met twee gezichten. Als werkwoord betekent het iets opmerken of van een teken voorzien, als zelfstandig naamwoord is het simpelweg het meervoud van *merk*.
- Opmerken, gewaarworden. *Ik merkte dat zij zenuwachtig was.*
- Van een teken voorzien. *De boer merkt zijn schapen met een kleurvlek.*
- Meervoud van merk (zelfstandig naamwoord). *Deze winkel verkoopt veel merken.*
Vervoeging
| Vorm | Werkwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Infinitief | merken | Je kunt het aan hem merken. |
| Tegenwoordige tijd (hij) | merkt | Hij merkt de fout niet. |
| Verleden tijd | merkte (enkelvoud), merkten (meervoud) | Zij merkte niets. |
| Voltooid deelwoord | gemerkt | De kleding is gemerkt. |
| Hulpwerkwoord | hebben | Ik heb het gemerkt. |
Merken in zinnen
- Heb je er iets van gemerkt?Alledaags; vraag naar waarneming.
- Hij liet niets merken van zijn verdriet.Vaste combinatie ālaten merkenā.
- Welke merken verkopen jullie?Zelfstandig naamwoord; meervoud van merk.
Merken en merk
Het werkwoord *merken* is verwant met het zelfstandig naamwoord merk, een teken waaraan je iets herkent. De betekenissen liggen dicht bij elkaar: wie iets merkt, ziet een teken. Het Engelse *to mark* is verwant, al is *merken* in het Nederlands vooral āopmerkenā en āherkennenā. Het onderscheid met *voelen* is subtiel: je merkt een verandering, je voelt een prikkel.
Wat is het verschil tussen merken en opmerken?
Opmerken benadrukt dat je iets actief waarneemt of zegt; merken is breder en vaak onbewust.
Is merken het meervoud van merk?
Ja. Het woord merk is een zelfstandig naamwoord, meervoud merken.