Merken: opmerken, markeren, en de meervoudsvorm van merk

Merken is een werkwoord dat opmerken, gewaarworden of van een teken voorzien betekent. Merken is ook het meervoud van het zelfstandig naamwoord merk.

Merken is een woord met twee gezichten. Als werkwoord betekent het iets opmerken of van een teken voorzien, als zelfstandig naamwoord is het simpelweg het meervoud van *merk*.

Vervoeging

VormWerkwoordVoorbeeld
InfinitiefmerkenJe kunt het aan hem merken.
Tegenwoordige tijd (hij)merktHij merkt de fout niet.
Verleden tijdmerkte (enkelvoud), merkten (meervoud)Zij merkte niets.
Voltooid deelwoordgemerktDe kleding is gemerkt.
HulpwerkwoordhebbenIk heb het gemerkt.

Merken in zinnen

Merken en merk

Het werkwoord *merken* is verwant met het zelfstandig naamwoord merk, een teken waaraan je iets herkent. De betekenissen liggen dicht bij elkaar: wie iets merkt, ziet een teken. Het Engelse *to mark* is verwant, al is *merken* in het Nederlands vooral ā€˜opmerken’ en ā€˜herkennen’. Het onderscheid met *voelen* is subtiel: je merkt een verandering, je voelt een prikkel.

Wat is het verschil tussen merken en opmerken?

Opmerken benadrukt dat je iets actief waarneemt of zegt; merken is breder en vaak onbewust.

Is merken het meervoud van merk?

Ja. Het woord merk is een zelfstandig naamwoord, meervoud merken.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 6 letters