Kantoor: de plek waar je werkt achter een bureau
Een kantoor is een ruimte of gebouw waar administratief of ander werk wordt gedaan, of de organisatie die daar zit.
Een kantoor is een plek om te werken. Het woord komt van het Franse comptoir, een rekentafel, en dat verklaart waarom het ooit om geld en boekhouding draaide. Tegenwoordig gaat het om elke organisatie die werk doet vanuit gebouwen vol bureaus, van verzekeraars tot advocaten. Sinds het thuiswerken is het kantoor voor veel mensen geen vaste plek meer.
- Werkruimte. *Hij zit de hele dag op kantoor.*
- Organisatie. *Het advocatenkantoor heeft vijf vestigingen.*
- Loket. *Het postkantoor sluit om zes uur.*
Vormen
| Vorm | Woord | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | het kantoor | onzijdig |
| Meervoud | kantoren | -en |
| Verkleinwoord | kantoortje | klein kantoor |
| Samenstelling | kantoortuin | kantoor zonder wanden |
| Samenstelling | kantooruren | werktijden |
Hoe gebruik je het in een zin?
- Ik ben vanavond laat van kantoor vertrokken.Alledaags, zonder lidwoord.
- Het kantoor is van negen tot vijf open.Praktisch.
- Het advocatenkantoor zit in dat gebouw.Samenstelling met beroep.
Kantoor, bureau en comptoir
In het Middelnederlands ging het woord kantoor terug op comptoir, ook het woord voor een toonbank. Het verband met werk ligt voor de hand. In Vlaanderen hoor je voor kantoor vaak bureau, dat ook een schrijftafel kan zijn. In Nederland is een bureau vooral een tafel. De term kantoor wordt ook gebruikt voor afdelingen van instellingen, zoals het postkantoor en het belastingkantoor. Een groot gebouw met kantoren heet kantorencomplex.
Is bureau hetzelfde als kantoor?
In Vlaanderen vaak wel. In Nederland is een bureau meestal een meubel.
Wat is een kantoortuin?
Een grote open ruimte waarin veel mensen zonder wanden werken.