Gebouw: meer dan alleen stenen op elkaar
Een gebouw is een bouwwerk met muren en een dak, bedoeld om in te wonen, werken of andere activiteiten te verrichten.
Een gebouw is een bouwwerk waar je in kunt. Het woord is een verzameling: het voorvoegsel *ge-* maakt van *bouw* het product van het bouwen. Een huis is een gebouw om in te wonen, maar een gebouw kan ook een school, een kerk of een fabriek zijn.
- Bouwwerk met dak en muren. *Het gebouw staat al honderd jaar.*
- Constructie als geheel. *Het gebouw is verwarmd met zonne-energie.*
- Figuurlijk: opbouw. *Het gebouw van de Europese Unie.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | het | het gebouw |
| Meervoud | gebouwen | oude gebouwen |
| Verkleinwoord | gebouwtje | een klein gebouwtje |
| Samenstelling | kantoorgebouw | een kantoorgebouw |
| Samenstelling | flatgebouw | een flatgebouw |
Gebouw in een zin
- Het gebouw is gisteren geopend.Neutraal en journalistiek.
- In het hoogste gebouw van de stad zit een restaurant.Alledaags voor een wolkenkrabber.
- Het gebouw van de Staten-Generaal staat in Den Haag.Ook bij bekende gebouwen schrijf je het woord gebouw met een kleine letter.
Gebouw, bouwwerk en bouw
Het woord bouw beschrijft zowel de handeling als de lichaamsbouw. Een *bouwwerk* is breder dan een gebouw, want ook een brug of toren is een bouwwerk maar geen gebouw. Het voorvoegsel *ge-* kennen we ook van *gebergte* en *gebladerte*: het geeft een verzameling of resultaat aan. Een gebouw kan zowel in Nederland als in België een monument zijn; in beide landen noemt men beschermde gebouwen *monumenten*.
Wat is het verschil tussen gebouw en bouwwerk?
Een bouwwerk is elke constructie, een gebouw is een bouwwerk met dak en wanden waar je in kunt.
Heeft gebouw een verkleinwoord?
Ja, gebouwtje, bijvoorbeeld voor een tuinhuisje.