Werk: wat je doet, wat je maakt en waar je het doet
Werk is arbeid, een baan en het resultaat van arbeid, zoals een kunstwerk. Het is een van de meest gebruikte zelfstandige naamwoorden in het Nederlands.
Werk kan een inspanning, een baan of een product zijn. Wie 'werk maakt van iets', pakt het serieus aan, en wie 'veel werk aan de winkel' heeft, ziet een flinke klus. Zo is het woord zowel dagelijks als vol idiomen.
- Arbeid of taak. *Het werk is bijna af.*
- Betaalde baan. *Hij zoekt nieuw werk.*
- Product van arbeid (kunstwerk). *Het werk hangt in het museum.*
- Plaats waar je werkt. *Ik ben op mijn werk.*
- Verwant: arbeid. Formeler en ouderwetser dan werk.
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | het werk | Het werk gaat door. |
| Meervoud | werken | Verzamelde werken. |
| Verkleinwoord | werkje | Een werkje erbij. |
| Werkwoord | werken | Zij werkt hard. |
| Samenstelling | huiswerk, werkloos | Werkloos. |
Voorbeeldzinnen
- Ik heb vandaag veel werk te doen.Neutraal, alledaags.
- Het museum toont werk van Van Gogh.Het gaat om kunstwerken; meervoud 'werken' is ook mogelijk.
- De gemeente maakt werk van het verkeersprobleem.Formeel: serieus aanpakken.
Uitdrukkingen en herkomst
- Aan het werk: bezig met werken of beginnen.
- Werk in uitvoering: bordje bij wegwerkzaamheden.
- Veel werk aan de winkel: nog veel te doen.
- Werk maken van iets: er serieus werk van maken.
- Wie een vaste betrekking bedoelt, zegt liever baan. *Werk* hoort bij Engels *work* en Grieks *ergon*.
Is werk hetzelfde als baan?
Niet precies. Werk is wat je doet; een baan is de betaalde positie. Je kunt werk doen zonder baan, zoals vrijwilligerswerk.
Wat is het verschil tussen werk en [taak](/dictionary/taak)?
Een taak is een afgebakende opdracht; werk is het geheel van activiteiten.