De rug: van lichaam tot bergkam
De rug is het achterste deel van het bovenlichaam, tussen nek en billen. Figuurlijk is het ook de achterkant van iets, zoals de rug van een boek.
De rug is het deel van je bovenlichaam dat de meeste kracht moet leveren, maar ook het deel dat je zelf niet kunt zien. Je draagt er rugzakken op en je krijgt er pijn aan. Daarom gebruiken we het in zinnen over wat achter ons ligt: 'dat heb ik gelukkig achter de rug'. Zo is een lichaamsdeel een beeld voor het verleden geworden.
- Achterkant van het bovenlichaam. *Ze heeft last van haar rug.*
- Achterkant van een voorwerp. *De rug van het boek is gebroken.*
- Verhoging in het landschap. *De rug van de heuvel.*
- Beschermende steun of dekking (figuurlijk). *Zij hield hem de rug vrij.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de rug | De rug doet pijn. |
| Meervoud | ruggen | Brede ruggen. |
| Verkleinwoord | rugje | Een rugje strelen. |
| Samenstelling | rugpijn, rugzak | Rugpijn is vervelend. |
| Samenstelling | rugleuning, rugnummer | Een rugleuning van leer. |
Zo gebruik je het in een zin
- Ik heb pijn in mijn rug.Neutraal, alledaags.
- Hij keerde haar de rug toe.Figuurlijk: hij brak met haar of negeerde haar.
- Die moeilijke periode heb ik gelukkig achter de rug.Idioom: het is voorbij.
Uitdrukkingen met rug
- De rug recht houden: moedig blijven.
- Iemand de rug toekeren: zich van iemand afkeren.
- Een mes in de rug steken: verraden.
- Achter de rug hebben: achter je laten.
Is rugzak één woord?
Ja, rugzak (de rugzak die je op je rug draagt) schrijf je aan elkaar.
Heeft rug iets met rugby te maken?
Nee, rugby is een Engelse stadsnaam en niet verwant aan rug.