Deur: waar je doorheen loopt, en waar je tegenaan loopt

Een deur is een beweegbaar vlak waarmee je een opening in een muur kunt afsluiten of openen. Het woord wordt ook figuurlijk veel gebruikt.

De deur is een van de oudste vindingen van de woonomgeving. Wie met de deur in huis valt, zegt direct waar het op staat, zonder beleefd voorspel. Het woord heeft een verwant in het Engelse *door* en het Duitse *TĂŒr*, en wordt in het Nederlands zeer vaak figuurlijk gebruikt.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordde deurDe deur staat open.
MeervouddeurenAlle deuren zijn dicht.
VerkleinwoorddeurtjeEen deurtje in de kast.
SamenstellingvoordeurBel aan bij de voordeur.

Deur in een zin

Uitdrukkingen met deur

Is het ‘de deur’ of ‘het deur’?

Altijd *de deur*. Het meervoud is *deuren* en het verkleinwoord *deurtje*.

Waarom ‘voor de deur staan’?

Je zegt dat om te tonen dat iets nadert, net als iemand die al bijna binnenkomt.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters