Heil, zegen en heilig: het woord dat bij heel hoort

Heil is een verheven woord voor welzijn, redding of geluk, vooral in religieuze en plechtige taal. Het woord is verwant aan heel, heilig en het Engelse whole.

Heil betekent welzijn of redding, en het woord klinkt vooral in kerk en literatuur. Wat veel mensen niet weten, is dat het woord verwant is aan *heel*, *heilig* en het Engelse *whole*: wie heil heeft, is niet kapot maar heel. Dat maakt van heil geen vrijblijvend begrip, maar een soort volledigheid.

Vormen

VormWoordOpmerking
Lidwoordhet heilHet-woord.
Meervoud–Geen meervoud.
BijvoeglijkheilzaamGoed voor de gezondheid of het welzijn.
TegenovergesteldeonheilRamp of ongeluk.
NaamLeger des HeilsEen liefdadigheidsorganisatie.

Heil in een zin

Heil en de Duitse betekenis

In het Duits is *Heil* hetzelfde woord, maar door de nazi-groet 'Sieg Heil' is het daar beladen. In het Nederlands gebruik je het woord neutraal, bijvoorbeeld in 'heil en zegen'. Zowel het Engelse *health*, *whole* en *holy* als het Nederlandse *heil* en *heel* gaan terug op één Germaanse wortel. Een zegen en het geluk komen er het dichtst bij.

Is heil een gewoon woord?

Nee, het is verheven of plechtig, behalve in samenstellingen als heilzaam.

Wat is het verband met heilig?

Heilig komt van heil: wat heilig is, is 'heel' en onaangetast.

Hoe zeg je het tegenovergestelde?

Onheil, een ramp of ongeluk.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 4 letters