Zegen: het goede woord dat je iemand meegeeft
Een zegen is een gunstige wens of bede, vooral in een religieuze context, en ook iets dat een groot voordeel of geluk betekent.
Een zegen is een goede wens die je iemand meegeeft, traditioneel in de naam van God. In het dagelijkse Nederlands is het vooral een kwalificatie voor iets dat grote opluchting brengt: 'dat is een zegen'. Het woord kan dus ernstig klinken, bij een kerkdienst, maar ook luchtig, wanneer iemand blij is met een koele douche.
- Religieuze goede wens. *De priester gaf de gelovigen de zegen.*
- Iets dat grote voordeel of geluk brengt. *Die airco is een zegen.*
- Goedkeuring. *Met de zegen van de minister.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de zegen | De zegen is gegeven. |
| Meervoud | zegeningen | Alle zegeningen. |
| Werkwoord | zegenen, zegende, gezegend | Ze zegende het huwelijk. |
| Bijvoeglijk | gezegend | Een gezegend jaar. |
| Afleiding | zegening | Een zegening ontvangen. |
Voorbeelden uit het dagelijks gebruik
- Na dagen hitte was die regen een zegen.Alledaags en luchtig.
- De bisschop sprak de zegen uit.Kerkelijk en plechtig.
- Met de zegen van haar ouders vertrok ze naar Parijs.Je hebt hun toestemming en steun.
Zegen, vloek en zegel
Het tegenovergestelde van de zegen is de vloek. Het woord gaat terug op het Latijnse *signare*, 'een teken maken': oorspronkelijk maakte de priester een kruisteken boven degene die hij zegende. Datzelfde Latijnse *signum* ligt ook ten grondslag aan het zegel. De uitdrukking 'een zegen in vermomming' betekent een tegenvaller die achteraf iets goeds blijkt.
Wat is het verschil tussen zegen en zegening?
Zegening is de handeling of een van de gaven; zegen is de zegen zelf. In veel gevallen kun je ze door elkaar gebruiken.
Wat betekent 'een zegen in vermomming'?
Een tegenslag die uiteindelijk iets goeds blijkt te brengen.