Afkeer: wat je voelt als je ergens niets van wilt weten
Afkeer is een sterke weerzin of aversie tegen iets of iemand. Het woord hoort bij het werkwoord afkeren en wordt vaak gevolgd door van.
Afkeer is het gevoel dat je je van iets wilt afwenden omdat het je tegenstaat. Het woord is letterlijk een afwending: af en keer, dus je draait je om. Het drukt een duidelijker, persoonlijker gevoel uit dan simpele onwil en wordt zelden voor kleine ergernissen gebruikt. Je gebruikt het bij gevoelens die duurzaam zijn, zoals een afkeer van geweld of van drukte.
- Aversie. *Hij heeft een afkeer van vis.*
- Morele weerzin. *Zij voelde afkeer bij zoveel hebzucht.*
- Het afkeren. *De afkeer van de wereld.*
Vormen
| Vorm | Voorbeeld | Opmerking |
|---|---|---|
| de afkeer | een diepe afkeer | de-woord |
| geen meervoud | grote afkeer | meervoud ongebruikelijk |
| afkeer van | afkeer van geweld | voorzetsel van |
| afkeren | ze keren zich af | scheidbaar werkwoord |
| afgekeerd | hij is afgekeerd | voltooid deelwoord |
Afkeer in een zin
- Ze heeft een afkeer van onrecht.Gebruikelijk en enigszins plechtig.
- Hij kreeg een afkeer van spruitjes na die maaltijd.Informeler: krijgen van.
- Haar afkeer van de politiek is begrijpelijk.Maatschappelijk gebruik.
Afkeer of afkeur?
Verwar afkeer niet met *afkeur*. Afkeer is een gevoel; afkeuren is een oordeel vellen, zoals een keurmeester die iets afkeurt. Wie een afkeer heeft, voelt iets; wie afkeurt, beoordeelt iets. Dichtbij liggen haat en wrok, al zijn die sterker. Het woord laat zich goed vergelijken met *afkeren* en met het Duitse *Abkehr*, dat eveneens 'zich afwenden' betekent.
Is afkeer hetzelfde als haat?
Nee: afkeer is zwakker en richt zich meestal op een zaak, haat vooral op personen.
Welk voorzetsel hoort bij afkeer?
Meestal van: afkeer van iets. Soms hoor je ook afkeer voor, maar van is de norm.