De cipier: bewaker achter de celdeur
Een cipier is een gevangenisbewaarder. Het woord klinkt ouderwets en is inmiddels vervangen door penitentiair inrichtingswerker.
Een cipier houdt toezicht op gevangenen in een gevangenis. Het woord is tegenwoordig ouderwets, want officieel spreekt men in Nederland van een penitentiair inrichtingswerker, afgekort tot PIW'er. In België heet het beroep penitentiair beambte. Een bewaker is een breder begrip.
- Gevangenisbewaarder. *De cipier opende de celdeur.*
- Wie iemand opsluit. *Hij speelt de cipier in het toneelstuk.*
- Figuurlijk: streng toezichthouder. *Mijn vader was een echte cipier.*
Vormen
| Kenmerk | Vorm | Opmerking |
|---|---|---|
| Lidwoord | de cipier | mannelijk |
| Meervoud | cipiers | regelmatig |
| Moderne term (NL) | PIW'er | penitentiair inrichtingswerker |
| Moderne term (BE) | penitentiair beambte | ook cipier in spreektaal |
| Verwant | kerker | plaats van opsluiting |
Zo gebruik je het
- De cipier controleerde de cellen om tien uur.Verhalen en film.
- Zij werkt als penitentiair inrichtingswerker.Officiële naam.
- In het sprookje stal de gevangene de sleutel van de cipier.Sprookjestaal.
Een woord uit het verleden
In oude verhalen, liedjes en prentenboeken is de cipier een vaste figuur: de man met de sleutelbos in de kerker. In het hedendaagse beroep gaat het om veel meer dan sleutels: begeleiding, veiligheid en re-integratie, en vaak ook het gesprek aan de celdeur. Daarom klinkt het woord in een officiële tekst al snel verouderd of onbeleefd. In gewone spreektaal gebruikt men gevangenisbewaarder of simpelweg bewaarder. Wie de term cipier toch gebruikt, doet dat vaak met enige knipoog, bijvoorbeeld in een grap over een strenge huisbaas of een koppige conducteur.
Is cipier een beledigend woord?
Het is niet beledigend, maar ouderwets en soms verkleinerend.
Hoe heet het beroep nu?
In Nederland penitentiair inrichtingswerker, in België penitentiair beambte.