Aanbod: wat je aanbiedt en wat er te koop is
Aanbod is het geheel van goederen of diensten dat te koop wordt aangeboden, of een voorstel dat iemand doet. Het is de tegenhanger van vraag.
Het woord aanbod heeft twee betekenissen: wat een winkel of markt te koop heeft, en een voorstel dat iemand doet. In de economie vormen vraag en aanbod samen de prijs. Het woord hoort bij het werkwoord aanbieden en wordt vooral in het enkelvoud gebruikt.
- Het geheel van producten of diensten. *Het aanbod aan banen groeit.*
- Een voorstel. *Hij deed haar een aanbod.*
- Cursusaanbod of programma. *Het aanbod van de bibliotheek.*
Vormen
| Vorm | Voorbeeld | Opmerking |
|---|---|---|
| het aanbod | het aanbod is groot | onzijdig |
| aanbiedingen | speciale aanbiedingen | meervoud hoort bij aanbieding |
| aanbieden | ik bied aan | scheidbaar werkwoord |
| bood aan | hij bood aan | verleden tijd |
| aangeboden | is aangeboden | voltooid deelwoord |
Aanbod in een zin
- Het aanbod aan woningen is te klein voor de vraag.Economisch gebruik, vaak in het nieuws.
- Ik heb het aanbod geweigerd, want het salaris was te laag.Het voorstel van een werkgever, bijvoorbeeld.
- Dit winkelcentrum heeft een breed aanbod.Neutraal en veelgebruikt in reclame.
Aanbod of aanbieding?
- Aanbod: alles wat beschikbaar is, of een voorstel.
- Aanbieding: een speciale prijs of actie, bijvoorbeeld *deze week in de aanbieding*.
- Vraag: de behoefte van kopers; zie vraag.
- In het Duits heet het aanbod *Angebot*, wat sterk lijkt op het Nederlandse woord.
Wat is het verschil tussen aanbod en aanbieding?
Een aanbod is breder, een aanbieding is meestal een tijdelijke actie.
Is aanbod altijd enkelvoud?
Ja, het woord heeft geen gangbaar meervoud; je zegt liever 'aanbiedingen' voor losse acties.