Paniek: plotselinge angst die je gedrag overneemt
Paniek is een plotselinge, hevige angst waardoor je niet meer helder nadenkt. Het kan een persoon of een hele groep overkomen.
Paniek is een plotselinge, overweldigende angst die redelijk denken uitschakelt. Het woord is vernoemd naar Pan, de Griekse god van herders en wouden, die mensen met een schreeuw in blinde schrik kon jagen. Zo ontstond de uitdrukking *panikon deima*, 'Pan-schrik'. Wie in paniek raakt, handelt vaak onbezonnen. Een gewone schrik trekt snel weg, paniek houdt je langer vast.
- Hevige, blinde angst. *Er brak paniek uit in het stadion.*
- Grote haast of onrust. *Het was paniek op kantoor vóór de deadline.*
- Tussenwerpsel in spreektaal. *Paniek! De sleutels zijn weg.*
Vormen
| Eigenschap | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de | de paniek |
| Meervoud | (geen) | vaak als niet-telbaar gebruikt |
| Werkwoord | in paniek raken | ze raakte in paniek |
| Samenstelling | paniekaanval | een paniekaanval |
| Samenstelling | paniekvoetbal | paniekvoetbal spelen |
Paniek in zinnen
- Er was geen paniek, iedereen verliet rustig het gebouw.Gebruikelijk in veiligheidsberichten.
- Geen paniek, het komt allemaal goed.Geruststellend en informeel.
- Na de tweede tegengoal begon de trainer paniekvoetbal te spelen.Sportjargon voor overhaaste beslissingen.
Uitdrukkingen met paniek
- In paniek raken. Plotseling heel bang of overstuur worden.
- Paniek zaaien. Anderen bang maken, vaak met onjuiste informatie.
- Paniekzaaierij. Het opzettelijk verspreiden van angst.
- Het gevoel van angst is breder: paniek is de hevige, snelle variant.
Is paniek hetzelfde als een paniekaanval?
Nee. Paniek is een reactie op iets, een paniekaanval komt vaak plotseling zonder duidelijke aanleiding.
Is paniek een telbaar woord?
Meestal niet. Je zegt: er was paniek, niet: er waren paniekjes.