Aanleg hebben voor iets, of de aanleg van een weg

Aanleg betekent aangeboren aanleg of talent, maar ook het aanleggen van iets, zoals een weg, een tuin of een kabel.

Het woord aanleg is een van die woorden die twee heel verschillende dingen kunnen betekenen. Je kunt aanleg hebben voor wiskunde, maar ook de aanleg van een snelweg volgen. In beide gevallen hoort het woord bij het scheidbare werkwoord aanleggen.

Vormen

VormVoorbeeldOpmerking
de aanlegde aanleg van een tuinde-woord
geen meervoudeen grote aanlegmeervoud ongebruikelijk
aanleggenze leggen een weg aanscheidbaar werkwoord
legde aanhij legde de kabel aanverleden tijd
aangelegdis aangelegdvoltooid deelwoord

Aanleg in een zin

Aanleg, talent en kunst

Mensen met aanleg hebben vaak een natuurlijk talent; zonder oefening ontwikkelt dat zich meestal niet. Het onderscheid tussen aanleg en vaardigheid is dat aanleg aangeboren is, terwijl vaardigheid geleerd wordt. Het woord *aanleg* komt van *aanleggen*, dat oorspronkelijk 'aan iets leggen' betekende. Ook bij schepen betekent aanleggen dat je aan de kade vastmaakt.

Is aanleg hetzelfde als talent?

Bijna: aanleg is de aangeboren mogelijkheid, talent is de zichtbare gave.

Hoe spreek je de verleden tijd van aanleggen uit?

Hij legde de weg aan; het deelwoord is aangelegd.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 6 letters