Aanleg hebben voor iets, of de aanleg van een weg
Aanleg betekent aangeboren aanleg of talent, maar ook het aanleggen van iets, zoals een weg, een tuin of een kabel.
Het woord aanleg is een van die woorden die twee heel verschillende dingen kunnen betekenen. Je kunt aanleg hebben voor wiskunde, maar ook de aanleg van een snelweg volgen. In beide gevallen hoort het woord bij het scheidbare werkwoord aanleggen.
- Aangeboren geschiktheid. *Zij heeft aanleg voor muziek.*
- Het aanleggen. *De aanleg van de nieuwe brug duurt jaren.*
- Erfelijke neiging. *Een aanleg voor suikerziekte.*
- Aanlegplaats. *De boot ligt bij de aanleg.*
Vormen
| Vorm | Voorbeeld | Opmerking |
|---|---|---|
| de aanleg | de aanleg van een tuin | de-woord |
| geen meervoud | een grote aanleg | meervoud ongebruikelijk |
| aanleggen | ze leggen een weg aan | scheidbaar werkwoord |
| legde aan | hij legde de kabel aan | verleden tijd |
| aangelegd | is aangelegd | voltooid deelwoord |
Aanleg in een zin
- Hij heeft veel aanleg voor talen.Combinatie met 'voor': aanleg voor iets.
- De aanleg van het fietspad kost twee miljoen euro.Zakelijk en veel in kranten te lezen.
- Er is aanleg voor een allergie in de familie.Medisch: een erfelijke aanleg is geen zekerheid.
Aanleg, talent en kunst
Mensen met aanleg hebben vaak een natuurlijk talent; zonder oefening ontwikkelt dat zich meestal niet. Het onderscheid tussen aanleg en vaardigheid is dat aanleg aangeboren is, terwijl vaardigheid geleerd wordt. Het woord *aanleg* komt van *aanleggen*, dat oorspronkelijk 'aan iets leggen' betekende. Ook bij schepen betekent aanleggen dat je aan de kade vastmaakt.
Is aanleg hetzelfde als talent?
Bijna: aanleg is de aangeboren mogelijkheid, talent is de zichtbare gave.
Hoe spreek je de verleden tijd van aanleggen uit?
Hij legde de weg aan; het deelwoord is aangelegd.