Breuk: een gebroken bot, een getal of een verbroken relatie

Een breuk is het resultaat van breken: een scheur in een bot of voorwerp, een deel van een geheel in de wiskunde, of het einde van een relatie.

Een breuk is wat overblijft als iets breekt. In de wiskunde is een breuk een getal als een half of drie vierde, en in de geneeskunde een gebroken bot of een uitstulping door de buikwand. Figuurlijk is het ook een plotselinge ruzie die een relatie beëindigt.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordde breukDe breuk is genezen.
MeervoudbreukenEr zijn drie breuken.
VerkleinwoordbreukjeEen breukje in het glas.
SamenstellingbotbreukEen botbreuk in de arm.
SamenstellingbreukvlakEen breukvlak in de aardkorst.

Zo gebruik je het

Breuk in de wiskunde

Een gewone breuk heeft een teller en een noemer, zoals 3/4. De teller zegt hoeveel delen je neemt, de noemer in hoeveel delen het geheel is verdeeld. Wie 6/8 vereenvoudigt, krijgt 3/4, en dat is dezelfde breuk in een kleinere vorm. Het woord *breuk* komt van *breken*, want een breuk breekt letterlijk het geheel in stukken. Naast de wiskundige breuk bestaat de barst, een kleiner soort breuk in harde materialen als glas. Elke breuk beschrijft een deel van een geheel.

Wat is een breuk in de wiskunde?

Een getal dat een deel van een geheel aangeeft, zoals een half of drie vierde.

Wat is het verschil tussen breuk en barst?

Een breuk is groter en gaat dwars door een voorwerp. Een barst is een scheur in het oppervlak.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 5 letters