Barst: een scheur, een werkwoord en een krachtterm

Een barst is een scheur in glas, aardewerk of een muur. Ook is het de tegenwoordige tijd van barsten: uiteenspringen of openscheuren.

Een barst is een scheur in een hard materiaal, zoals een kopje of een ruit. Het woord is ook de tegenwoordige tijd van barsten (ik barst, hij barst), en het zit in de uitdrukking 'geen barst', die helemaal niets betekent. Zo gebruik je één woord voor het zelfstandige naamwoord, de persoonsvorm en een uitdrukking.

Vormen

VormWoordVoorbeeld
Lidwoordde barstDe barst loopt door het glas.
MeervoudbarstenEr zitten barsten in de muur.
InfinitiefbarstenDe pijp kan barsten.
Verleden tijdbarstteDe ballon barstte.
Voltooid deelwoordgebarsten (is)Het glas is gebarsten.

Zo gebruik je het

Geen barst, wel krachtterm

In *geen barst* staat het woord *barst* in zijn eigen betekenis: niet eens een scheurtje, dus helemaal niets. Daardoor hoor je het in zinnen als 'het kan me geen barst schelen' of 'geen barst gezien'. Een breuk is groter dan een barst, een kloof groter dan een breuk.

Wat is het verschil tussen een barst en een scheur?

Barst gebruik je vooral voor harde materialen als glas en keramiek, scheur voor stof of papier. In het dagelijks taalgebruik overlappen ze.

Is geen barst een grof woord?

Het is informeel maar niet echt grof. Je gebruikt het om iets nadrukkelijk te ontkennen en hoort het van jong tot oud.

Bronnen

WhatsAppXTelegramFacebook

Meer woorden van 5 letters