De doop: onderdompeling met een lange geschiedenis
De doop is het christelijke ritueel waarbij iemand met water wordt besprenkeld of ondergedompeld. In andere betekenissen: een naamgeving of eerste ervaring.
De doop is in veel kerken de plechtigheid waarmee een kind of volwassene in de gemeenschap wordt opgenomen. Het werkwoord dopen hoort etymologisch bij het woord diep: oorspronkelijk betekende het gewoon ‘onderdompelen’. Daaruit vloeien uitdrukkingen voort als ‘iets ten doop houden’.
- Kerkelijk ritueel. *De doop vond plaats in de kerk.*
- Naamgeving. *De doop van een schip.*
- Eerste ervaring. *De vuurdoop.*
Vormen
| Vorm | Woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Lidwoord | de doop | De doop is zondag. |
| Meervoud | dopen | Twee dopen. |
| Werkwoord | dopen | Zij laat haar kind dopen. |
| Samenstelling | doopnaam | Zijn doopnaam is Johannes. |
Doop in een zin
- Het kind werd in de kerk gedoopt.Neutraal, formeel.
- Zij heeft de vuurdoop ondergaan.Figuurlijk: een eerste moeilijke ervaring.
- In Vlaanderen werd het kind al jong gedoopt.Het werkwoord *dopen* is regelmatig: doopte, gedoopt.
Uitdrukkingen en herkomst
- Iets ten doop houden betekent iets beginnen of ervoor zorgen dat het wordt gelanceerd.
- Vuurdoop is de eerste ervaring van een gevecht of strenge beproeving.
- Doopvont is het bekken in de kerk waaruit of waarin wordt gedoopt; een *doopceel* is oorspronkelijk het bewijs van de doop.
- Een doopceel lichten betekent iemands verleden nagaan, ook in negatieve zin.
- Doopnaam is de naam die bij de doop wordt gegeven, vaak je eerste voornaam.
Waarom spreken we van een vuurdoop?
Het beeld komt uit de krijgskunde: het is de eerste keer dat iemand onder vuur ligt, en dus een moeilijke beproeving.
Hoe verhoudt dopen zich tot diep?
Beide komen van dezelfde Germaanse stam: dopen is oorspronkelijk onderdompelen in het diepe.